|
|
|
Johan
Vanbrabant
5) Liefde en wetDe Sabbat zou een eeuwigdurend teken worden, voor de mens, dat God schepper is. Door te stoppen met datgene te doen wat de mens voor zichzelf doet, zou hij op die dag niet alleen tijd maken voor God, maar nog veel belangrijker, God ook als Schepper gedenken. Indien de Sabbat als een boei in de woeste wateren van de stroom van de menselijke geschiedenis had blijven liggen dan was het schip van het menselijk denken nooit gestrand op de zandbank van het atheïsme en de evolutie theorie.
/Creation.jpg)
Exodus 20: 8-11
Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt;
zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende
dag is de sabbat van de Here, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw
zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee,
noch de vreemdeling die in uw steden woont.
Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag;
daarom zegende de Here de sabbatdag en heiligde die.
Zoals God in hoogsteigen persoon bij de schepping, de sabbat heeft ingesteld, zo ook heeft God, opnieuw in hoogsteigen persoon op de Sinaï, het sabbatsgebod neergeschreven als een getuigenis, een monument in de tijd om de mens te herinneren aan zijn liefdevolle schepping door God.
Exodus 31:18 En Hij gaf aan Mozes, toen Hij
geëindigd had met hem te spreken op de berg Sinai, de twee tafelen der
getuigenis, tafelen van steen, beschreven
door de vinger Gods.
Deuteronomium 9:10 En de Here gaf mij de twee
stenen tafelen, beschreven met de vinger Gods, waarop al de woorden stonden,
die de Here op de berg tot u gesproken had uit het midden van het vuur, op de
dag der samenkomst;
Exodus 24:12 De Here zeide tot Mozes: Klim op
tot Mij, de berg op, en blijf daar, dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de
wet en het gebod, die Ik opgeschreven heb, om hen te onderwijzen.
Het was
Gods bedoeling dat de sabbat, als een gedenkteken en getuigenis van de schepping,
naar al zijn (mensen)kinderen, zonder enige uitzondering, zou doorgaan.
“Welzalig het mensenkind die acht geeft op de sabbat” (Jesaja56:1) Hierdoor
zouden valse leerstellingen aangaande het ontstaan van het universum, de
dieren, de planten en uiteindelijk ook de mens geen ingang vinden. Was dit
gebeurd, dan zou veel kwaad nooit ontstaan zijn. Zo goed als alle andere
verklaringen over het ontstaan van het universum en of het leven berusten op
het geweld van de haat, de oorlog, de dood en vernietiging. Hoeveel
“scheppingsverhalen” vinden hun oorsprong in een oorlog tussen goden. Hoeveel
mythes beginnen met bloed en doden. Zelfs de wetenschap grijpt terug op een
“leer van de dood”. In de evolutietheorie is het “recht van de sterkste”
(Survival of the fittest) nog steeds een essentieel onderdeel, m.a.w. dood of
wordt gedood. Dit is niet Gods wet. God is leven en liefde en hierbij is de
sabbat een ode aan deze scheppingsliefde van God. Gods liefde concretiseerde
zich in de schepping, en niet de dood zoals de mens het leert.
Jesaja 56:1-7 Zo zegt de Here: Onderhoudt het recht en doet gerechtigheid, want mijn
heil staat gereed om te komen en mijn gerechtigheid om zich te openbaren. Welzalig de sterveling die dit doet, en het mensenkind
dat daaraan vasthoudt; die acht geeft op de sabbat, zodat hij hem niet ontheiligt, en acht geeft op zijn hand, zodat zij
niets kwaads doet. Laat dan de vreemdeling
die zich bij de Here aansloot, niet zeggen:
De Here zal mij zeker afzonderen van zijn volk; en laat de ontmande niet
zeggen: Zie, ik ben een dorre boom. Want zo zegt de Here van de ontmanden, die mijn sabbatten onderhouden en verkiezen wat Mij behaagt en vasthouden aan mijn
verbond: Ik geef hun in mijn huis en binnen mijn muren
een gedenkteken en een naam, beter dan zonen en
dochters; Ik geef hun een eeuwige naam, die
niet uitgeroeid zal worden. En de
vreemdelingen die zich bij de Here aansloten om Hem te dienen, en om de naam
des Heren lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn, allen die de sabbat onderhouden, zodat zij hem niet ontheiligen, en die vasthouden aan
mijn verbond: hen zal Ik brengen naar mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde
bereiden in mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen
welgevallig zijn op mijn altaar, want mijn huis zal een bedehuis heten voor
alle volken.
De sabbat is een uitnodiging om iedere keer
weer terug te keren tot die scheppende God met Zijn rijke beloftes om ons
opnieuw tot Schepper en Herschepper te zijn. Door de sabbat geeft God ons reeds
de belofte van een eeuwig leven. We krijgen een “eeuwige naam” (Jes.56:1-7) Om
zeker te zijn dat er geen misverstand zou kunnen ontstaan omtrent deze “eeuwige
naam” die God ons geeft, want in kinderen, kleinkinderen en gans uw nageslacht
zou uw naam ook “vereeuwigd” kunnen zijn, opdat het dus goed begrepen zou
worden, breidt God ook deze zegen uit naar de “ontmande” en een ontmande
verwekt geen kinderen. Toch zullen wij een naam krijgen nog beter dan zonen of
dochters. Maar zelfs in het heden, hier en nu, op Sabbat, kunnen wij ophouden
met onze bezigheden en ons verlustigen in de zegeningen Gods.
Jesaja 58: 13-14 Indien gij niet over de sabbat
heenloopt door uw zaken te doen op mijn
heilige dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de heilige dag des Heren
van gewicht, en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken
te behartigen, of ijdele taal uit te slaan, dan zult gij u verlustigen in de
Here en Ik zal u doen rijden over de hoogten
der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des Heren heeft het gesproken.
De zonde
heeft na Gods volmaakte schepping een vloek geworpen op deze wereld. We werden
gescheiden van God en daardoor kunnen we Gods geschapen systeem niet meer
begrijpen. Gelukkig is er een plan om van deze vloek van de zonde verlost te
worden, het verlossingsplan waarin Jezus Christus, de Messias, onze geschonden
relatie tot God opnieuw herstelt.
2) De Messias verkeerd begrepen.
Jezus
Christus is naar deze wereld gekomen om de zonde weg te nemen. De vloek, de
pijn, de schade, die wij allen veroorzaakt hebben door onze zonden, is door Hem
gedragen NIET om onze rechtmatige straf kwijt te schelden, maar deze als
plaatsvervanger te ondergaan.
/cross.jpg)
Jesaja 53: 1-5 Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?
Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden
hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. Hij was
veracht en van mensen verlaten, een man
van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en
wij hebben hem niet geacht. Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij
echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze overtredingen werd
hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede
aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.
Openbaring 22:16 Ik, Jezus, heb mijn engel
gezonden, om u lieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de
wortel en het geslacht van David, de
blinkende morgenster.
Iemand die vele ziekten draagt, is daardoor een
getekend man of vrouw. Zo ook Jezus Christus. Hij was niet een mooie mannelijke
figuur met een verzorgde baard zoals vele illustraties ons willen doen geloven.
Neen, Hij was als mens, een geplaagde, een man van smarten. Lichamelijk was Hij
in die mate getekend, dat zijn tijdsgenoten Hem voor een geslagene van God zouden
zien. Hij was iemand voor wie men het gezicht verbergt. Men wilde Hem niet
kennen.
Het was Gods wens dat de blijde boodschap niet
gevolgd zou worden omdat Jezus aanzien had. Noch door wereldse macht, noch door
rijkdom, noch door lichamelijke schoonheid, maar alleen door de innerlijke
schoonheid van de liefde en de bevrijdende boodschap van de herschepping van
een zondig hart zou de mens ertoe moeten aanzetten Jezus te volgen. Alleen door
de zuiverheid van een volmaakte boodschap zou Jezus discipelen tot Zich laten
komen. De mensen die in Jezus tijd leefden hadden echter problemen met een
dergelijke Messias. Hij voldeed niet aan hun beeld die zij van de Messias
hadden.
De Joden verwachten een sterke Messias die het
juk van de Romeinse overheersing zou breken en het koningschap zou opnemen. In
plaats daarvan kregen ze een ziekelijk uitziende en nederige dienaar van Nazareth. Zelfs in
zijn eigen stad werd Hij niet erkend. Laat die man van smarten eerst zichzelf
genezen, was hun antwoord op de woorden van zalving die de Schepper op de
sabbatdag tot Zijn schepselen sprak toen Hij hun de schriften voorlas.
Lucas 4:14-19 En Jezus keerde in de kracht des Geestes terug naar Galilea. En de roep
over Hem ging uit door de gehele streek. En Hij leerde in hun synagogen en werd
door allen geprezen. En hij kwam te Nazaret, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar
de synagoge en stond op om voor te lezen. En
Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek
geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is: De Geest des Heren is op
Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen;
en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan
blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te
verkondigen het aangename jaar des Heren. Daarna sloot Hij het boek, gaf het
aan de dienaar terug en ging zitten. En de ogen van allen in de synagoge waren
op Hem gericht. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld. En allen betuigden hun instemming met Hem en
verwonderden zich over de woorden van genade, die van zijn lippen kwamen en zij
zeiden: Is dit niet de zoon van Jozef? En Hij zeide tot hen: Gij zult ongetwijfeld deze spreuk tot Mij zeggen:
Geneesheer, genees Uzelf! Doe alle
dingen, waarvan wij gehoord hebben, dat zij te Kafarnaum geschied zijn, ook
hier, in uw vaderstad. Doch Hij zeide: Voorwaar, Ik zeg u, geen profeet is
aangenaam in zijn vaderstad.
Zoals de sabbat de zegel en het sluitstuk van
de schepping was, was het opnieuw op de heilige Sabbatdag dat Jezus de
vervolmaking van het verlossingsplan openbaarde door de blijde boodschap in
Jesaja te lezen. Op Sabbat openbaarde Jezus zich als de Messias. En wat deed het
volk?
Lucas 4:28 En allen in de synagoge werden
met toorn vervuld, toen zij dit hoorden. Zij stonden op en wierpen Hem de stad
uit en voerden Hem tot aan de rand van de berg, waarop hun stad gebouwd was, om
Hem van de steilte te storten.
/jesus.jpg)
Hij voldeed niet aan hun beeld die zij van de Messias hadden. Hij voldeed niet aan hun traditie. Hij voldeed niet aan hun nationale trots. Hij moest uit de weg geruimd worden, Hij moest tot zwijgen gebracht worden. Brengen wij soms ook niet de stem van de Messias in ons hart tot zwijgen? Omdat opnieuw niet aan onze, menselijke, verlangens, traditie en Christelijke trots is voldaan? Jezus moest vertrekken uit Nazareth. Zijn zegeningen werden afgewezen, maar Hij ging ze nu brengen naar een andere stad. Opnieuw openbaarde Hij zijn leer en liefde op de Sabbatdag.
3) Scheppen is meer
dan knutselen en maken….
Schepping, reikt veel verder dan wij ons
realiseren. Scheppen kan enkel door God. Als het avond is kan ik met een gerust
geweten in bed stappen. Morgen zal de zuurstof in de lucht mij niet verstikken.
Brood zal nog voedzaam zijn en het vuur in de kachel zal mijn huis verwarmen en
niet afkoelen. Deze fundamentele wetten zijn zo zeker dat we er in bijna alle
gevallen gewoon aan voorbij gaan. We vinden het zo vanzelfsprekend, dat we er
gewoonweg niet meer bij blijven stilstaan. Het is toch normaal dat lucht
adembaar blijft, of niet soms. Je bent idioot je af te vragen of morgen de
zwaartekracht nog werkzaam zal zijn zodat je niet tegen het plafond van je
slaapkamer wakker wordt.
Toen God de hemel en de aarde schiep, schiep
Hij ook de natuurwetten, ja zelfs de tijd heeft God geschapen. Ook tijd is niet
zo vanzelfsprekend als wij mensen wel denken. Verander één klein onooglijk iets
of een jota aan Gods (natuur)wetten, en alles moet veranderen, de wiskunde, de
fysica, chemie, … omdat alle wetten met elkaar interageren. De grote wet of
theorie van de unificatie waar wetenschappers naar op zoek zijn alsof het de
graal betreft, bestaat omdat alles uit
éénzelfde Geest werd geschapen en alles wordt nog steeds door éénzelfde wordt
God gedragen. Daarom zei Christus dan ook duidelijk:
Matteüs 5:17-19 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want
voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en
de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan een van de
kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in
het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in
het Koninkrijk der hemelen.
Lucas 16:16-17 De wet en de profeten gaan tot
Johannes; sinds die tijd wordt het evangelie gepredikt van het Koninkrijk Gods
en ieder dringt zich erin. Gemakkelijker
zouden hemel en aarde vergaan, dan dat er van de wet een titel zou vallen.
Deze woorden van Jezus strekken veel
verder dan wat de Joden toen konden beseffen en Zijn woorden omvatten meer dan
wat wij nu met onze kennis van de 21ste eeuw kunnen bevatten.
Vroeger had men de neiging de bijbel in alles te letterlijk te nemen, maar nu
is er een omgekeerde kwaal die wortel geschoten heeft in het denken van vele
Christenen. Alles wordt teveel vergeestelijkt. Meer en meer worden de banden
naar de feitelijke natuur (schepping) verbroken en worden deze zo veel mogelijk
vermeden. Verblind door de zonde zien we het evidente niet meer, “ziende zien
we niet meer” Matteüs 13:13. Er is echter geen grens tussen ware wetenschap en
oprecht geloof, alles komt namelijk uit dezelfde scheppende hand en zowel de
natuur als de bijbel zijn een openbaring van God.
Romeinen 1:18-25 Want toorn van God openbaart
zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de
waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend
kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn
eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn
werken met het verstand doorzien, zodat
zij geen verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij
Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets
uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs
te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de majesteit van de
onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een
vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. Daarom
heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het
lichaam onteerd wordt. Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de
leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is
tot in eeuwigheid. Amen.
In feite omschrijft de apostel
Paulus de Evolutie theorie: “zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God
vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van
vogels, van viervoetige en van kruipende dieren.”. Maar wat nog opmerkelijker
is, is de duidelijke stellingname dat niet alleen God zich in de natuur
openbaart of Zijn bestaan laat kennen, zelfs Zijn “eeuwige kracht en
goddelijkheid” worden door de natuur geopenbaard. Om dit te zien heb je
“verstand” nodig.
God is niet eeuwig, God is mèèr dan
eeuwig. Hij bestond voor tijd zelfs maar bestond. Dit maakt dat ook tijd een
natuurlijk en geschapen gegeven is. Zoals God allereerst begon met de tijd te
scheppen, was het allerlaatste wat God tijdens de schepping deed, tijd apart
zetten. Hij schiep de Sabbat tot een verlustiging van de mens. De Sabbat was
het sluitstuk van de schepping. De sabbat is de unificatie van alle
onderliggende wetten, de Sabbat is het zegel op de schepping, het handteken van
God om te zeggen dat alles zijn goedkeuring wegdraagt.
Genesis 1:31, 2:1-3 En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer. Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had.En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht.
Psalm 19:7 De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is
betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.
Omdat Gods wetten goed en volmaakt
zijn, kunnen deze niet veranderen. Iets wat God goed en volmaakt noemt
veranderen, maakt van God een leugenaar, want wat verbeterd of veranderd kan
worden is niet volmaakt. Daarom is er bij God ook geen verandering of ommekeer
merkbaar. God is niet zoals een mens die van gedacht verandert ondanks het feit
dat Hij zich wel in Zijn liefde aanpast aan de mens.
Jacobus 1:17-18 Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer. Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen.
Nu omdat de wet wel volmaakt is en
daardoor onveranderlijk, dan kan ik waarlijk als de psalmist zeggen;” …,ik
verlustig mij in uw wet” Psalm 119:70. Omdat Gods wet een wet van liefde is kan
ik mij verlustigen en dit kan ik ook in andere dingen ervaren naast de sabbat.
Iedere dag weer is er iets nieuws te ontdekken, te bewonderen te zien, te
ervaren.
Terwijl ik deze teksten neerschrijf
zie ik hier in mijn kamer de tedere schoonheid van de bladen van een amaryllis
die zich ontvouwen. Door een complex samenspel van fysische, chemisch en biologische
wetten, kan deze plant groeien en bloeien. Doorheen mijn lichaam kan ik
genieten van de schoonheid van deze bloem.
/amaryllis.jpg)
Laten we dan als kinderen blij zijn
zoals Jezus blij was en zien wat God ons wil tonen: “ Terzelfder tijd
verblijdde Hij Zich door de Heilige Geest en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des
hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen
hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen
geweest voor U. Alle dingen zijn Mij
overgegeven door mijn Vader en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader, en
wie de Vader is, dan de Zoon, en wie de Zoon het wil openbaren. En Zich
afzonderlijk tot de discipelen wendende, zeide Hij: Zalig de ogen, die zien,
wat gij ziet.” (Lucas 10: 21-23 – Matteüs 11:25). Als we willen zien, dan
moeten we leren als Christenen onze paardebril af te zetten en opnieuw God
benaderen zoals een kind het leven benadert. Laten we de woorden van Jezus opnieuw
tot de onze maken. Wat is het grootste gegeven, het grootste gebod?
Matteüs 22:36-40 Meester, wat is het grote gebod in de wet? Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
Jezus verbindt hier de liefde met de
wet. Zoals reeds voordien bleek zijn liefde en wetmatigheid onlosmakelijk met
elkaar verbonden. Zonder een duidelijk systeem (wetmatigheden) zou de liefde
nooit tot uitdrukking kunnen komen. Wanneer twee mensen verliefd worden op
elkaar dan vloeit daar automatisch uit voort dat een aantal zaken en afspraken
zullen nageleefd worden en dat een aantal andere zaken zullen nagelaten worden.
Zonder deze structuur wordt liefde ongedefinieerd en bijgevolg onbestaande.
Gods liefde wordt uitgedrukt in het
universum. Zonder de orde van wetmatigheden zou er nooit orde en harmonie
kunnen heersen in het heelal. Zonder deze wetmatigheden zou God dan ook nooit
Zijn liefde kunnen openbaren of uitdrukken. Mensen die de wet verachten,
verachten God. Wie God veracht, zal door God zelf uitgeworpen worden. Zelfs al
doen ze wat recht schijnt in de ogen van mensen, God die het hart doorgrond
weet hoe zij tegenover zijn wet(ten) staan.
Spreuken 14:12, 16:25 Soms schijnt een weg iemand recht, maar
het einde daarvan voert naar de dood.
Spreuken 21:2 Elke weg van een mens is recht in zijn
ogen, maar de Here beproeft de harten.
Jezus wilde niet alleen dit grote
verband tussen liefde en wetmatigheid aantonen in de bergrede, maar ook hoe
verstrekkend dit verband wel is. Jezus gaat duidelijk het verband leggen tussen
de wet, het hart van de mens en het doen van de wil van God. Gehoorzaamheid aan
de Vader en Zijn wil maakt mensen tot ware Christenen en volgelingen van Hem,
want Jezus kwam om de Vader te openbaren. Mensen die de wet na hun bekering
naast zich neerleggen doen niet de wil van Zijn Vader, zij zijn m.a.w.
wetteloos en zullen door Jezus zelf uitgeworpen worden.
Matteüs 7:21-23 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der
hemelen binnengaan, maar wie doet de
wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen
te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam
geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten
gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van
Mij, gij werkers der wetteloosheid.
Het was Gods wil om juist na de
Schepping de Sabbat in te stellen, dit gebeurde nog voor er zelfs sprake was
van de zonde. En God zag dat het goed was, ja het was zelfs zeer goed. Dit
gebeurde lang voordat er zelfs maar van enig volk sprake was op de aarde, lang
voor de Joden als volk bestonden. Het is dan ook duidelijk dat wanneer God naar
de Sinaï afdaalde, het Sabbatsgebod opnieuw door God zelf in Zijn wet
neergeschreven werd, ter herinnering aan Zijn eerste handeling met het eerste
mensenpaar. Daarom begint dit gebod dan ook duidelijk met “GEDENK” en niet “gij
zult”. Je kan door dit openingswoord zelfs moeilijk van een gebod spreken. Het
is een woord van God, een wens van de almachtige dat door het vieren van de
Sabbat we Hem als Schepper gedenken en
dat het ons daardoor goed mag gaan.
Eén vraag wordt bijgevolg
fundamenteel, een vraag die iedere Christen zichzelf moet stellen in het licht
van de bergrede van Jezus: zullen wij
werkers van wetteloosheid worden?
4) Zonde is een vies woord geworden
De eerste geboden die overtreden
worden zijn de Goddelijke geboden of de eerste vier geboden van de decaloog.
Vroeg of laat zullen nadien de volgende zes of menselijke geboden van de
decaloog nagelaten worden. Tenslotte gaat men ook de laatste groep van wetten
overtreden, de biologische, fysische en
chemische wetten. Mensen worden onmatig, nemen drugs, ze gaan m.a.w. hun
lichaam en de natuur niet meer respecteren met alle nare gevolgen vandien. Wie
één gebod overtreedt zal vroeg of laat alle andere ook overtreden.
Jacobus 2: 9-10 Doch indien gij met aanzien des persoons handelt, doet gij zonde en
wordt gij door dewet overtuigd van
overtreding. Want wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is
schuldig geworden aan alle geboden.
De wet is de maatstaf om te weten
wat verkeerd is. Het is de wet die ons onze eigen zonden doet kennen. Dit wordt
niet in dank afgenomen door een zondig hart dat opstandig is tegen God. De wet
(decaloog) redt bijgevolg niet, maar ze doet wel de zonde kennen en veroordeelt
deze.
Romeinen 3:20 daarom, dat uit werken der wet
geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.
Romeinen 7:7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de
wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de
zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; …
Het gebrek aan zondebesef doet
afbreuk aan de verlossing door Christus. Voordat we volledig op Jezus Christus
kunnen steunen voor onze redding, moeten we eerst ten volle beseffen wat zonde
is en hoe zondig we zijn. De Jood hield de wet, maar besefte ook niet ten volle
wat zonde was. Ook beseft de mens niet
dat God in zijn systeem de zonde niet kan toelaten omdat op deze manier de ene
wet na de andere zal moeten worden aangepast wat zal leiden tot chaos. En zoals
de bijbel het stelt, in wanorde is geen vrede. (I Corinthe 14:33) God
veroordeelt de zonde en zal deze uiteindelijk volledig uitdelgen of vernietigen.
Ofwel zal de mens zijn eigen zonde dragen en sterven, ofwel heeft Christus in
de plaats van deze mens zijn zonde gedragen en heeft daarvoor ook de ultieme
straf ontvangen, namelijk de dood. Hierdoor kan de mens, die zich op Jezus
beroept, het eeuwig leven ontvangen.
God is rechtvaardig want God is
gerechtigheid. Op deze manier is Gods rechtvaardigheid volmaakt want er is
voldaan aan de wet der zonde. Ook hier blijft deze wet spijkerhard bestaan: het
loon van de zonde is de dood. (Romeinen 6:23) Bij overtreding van Gods wetten
moet de boete betaald worden en die wordt hoe dan ook betaald. Maar ook zijn
liefde is volmaakt. Iedereen kan vrijelijk naar God toegaan opdat deze boete
betaald kan worden door het bloed van Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Of u
uw boete al dan niet zelf betaald hangt volledig van uzelf af. Neemt u de
losprijs aan of verwerpt u Gods volmaakte geschenk.
Mattheüs 5:6 Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen
verzadigd worden.
Psalm 68:19-21 Geprezen zij de Here. Dag aan
dag draagt Hij ons; die God is ons heil. Die God is ons een God van
uitreddingen, bij de Here Here zijn uitkomsten
tegen de dood. Waarlijk, God verplettert het
hoofd van zijn vijanden, de harige schedel van wie volhardt in zijn schuldige
daden.
Psalm 69:5 O God, Gij kent mijn
verdwaasdheid, mijn schuldige daden zijn voor U
niet verborgen.
Exodus 34: 5-7 En de Here daalde neder in een wolk, stelde Zich daar bij hem en riep
de naam des Heren uit. De Here ging aan hem voorbij en riep: Here, Here, God,
barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die
goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar de schuldige houdt Hij zeker niet
onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen
bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.
Zonde is niet zich moe voelen of
depressief zijn, het ook is niet die ongedefinieerde manier van u ongelukkig
voelen met de wandaden van de mensheid. Zonden zijn uw persoonlijke fouten die
je eigenlijk niet wil of kan opgeven omdat zonde slavernij is, slavernij aan
een opstand tegen uw lichaam, tegen uw medemensen en of tegen God. Zonde is
door generatie lange degeneratie in ons wezen gedrukt op een manier die ons verstand
te boven gaat.
Romeinen 3: 10-12 gelijk geschreven staat: Niemand
is rechtvaardig, ook niet een, er is niemand, die verstandig is, niemand, die
God ernstig zoekt; allen zijn
afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden;
er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet een.
Johannes 8:31-34 Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn
woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid
verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken. Zij antwoordden Hem: Wij zijn
Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt Gij dan: gij
zult vrij worden? Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf
der zonde.
De bergrede van Jezus ontvouwt dit
op een manier waarbij Jezus aantoont hoe diep de zonde geworteld zit in ons
denken doen en laten.
Mattheüs 5:20-24 Want Ik zeg u: Indien uw
gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en
Farizeeen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.Gij
hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie
doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. Maar Ik zeg u: Een ieder, die
in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn
broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas,
zal vervallen aan het hellevuur. Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar
en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, voor
het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna
uw gave.
(…) 27-28 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet
echtbreken. Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren,
heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.
(…) 37 Laat het ja, dat
gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze.
Wiens ja is er nog waarlijk ja
vandaag. Wie zal nog zijn woord doen stand houden zelfs als het hem of haar
(geld) kost. Veel Christenen kennen van de bergrede alleen maar de opening van
de rede, namelijk de eerste 12 verzen, maar de bergrede van Jezus loopt van
Mattheüs 5:1 tot 8:1. De bergrede vangt aan in hoofdstuk 5 met vers 1 door te
stellen dat Jezus de berg opging, pas in hoofdstuk 8 vers 1 wordt er gezegd dat
Jezus opnieuw van de berg afdaalt. In
diezelfde bergrede stelt Jezus heel duidelijk dat Hij de wet NIET ontbindt
(Matteüs 5:17), en dat er vele mensen bidden in Zijn naam, maar zelfs deze zal
Hij verwerpen omdat zij “werkers der WETTELOOSHEID zijn” (Matteüs 7:23).
Gelukkig
heeft Jezus onze redding bewerkt, echter zonder de wet teniet te doen of deze
af te schaffen. Ook niet de wet der zonde. Door zich onder de wet te plaatsen
en ze te (onder)houden heeft Hij de wet niet afgeschaft maar ze veeleer
bevestigd. Bovendien werd de wet een wet van vrijheid. “…Spreekt zo en handelt zo als mensen past, die door de
wet der vrijheid zullen geoordeeld worden.” (Jacobus 2: 10-12)
Voordat
Jezus ons de redding in Zijn genade
bracht, waren wij slaven der zonde. Verslaafd aan het doen van onze opstandige
wil, tegen de wil van God in. Door de zonde zijn we kinderen des doods
geworden. Ook hier begrijpen veel Christenen de consequentie niet van het
Bijbelse woord. Een mens sterft niet omdat hij oud wordt. Een mens begint met
te sterven omdat hij zondigde en nog steeds zondigt. Ook hier heeft de
evolutietheorie een vals beeld binnengebracht in het Christelijk denken. Oud
worden en sterven ligt niet in onze genen, neen, het sterven is het loon van de
zonde. Daarom zal de wetenschap er nooit in slagen de mensen een zeer lang
leven te geven. Er is meer in het spel dan enkel de wetten van chemie, biologie
en fysica. De Goddelijke wetten laten zich ook gelden. Adam en Eva waren
voorwaardelijk onsterfelijk. Zolang ze niet tegen God in opstand zouden komen,
dan was eeuwig leven hun deel. Maar hun opstand of zonde leidde tot de dood.
God had hen duidelijk op voorhand gewaarschuwd.
Genesis 2: 16-17 En de Here God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof
moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan
zult gij niet eten, want ten dage,
dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
Romeinen 6:23 Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige
leven in Christus Jezus, onze Here.
Galaten 4: 4-7 Maar toen de volheid des tijds
gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren
onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij
te kopen, opdat wij het recht van zonen
zouden verkrijgen. En, dat gij zonen zijt, God heeft de Geest zijns Zoons
uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt
gij ook erfgenaam door God.
Johannes 8:34 Jezus antwoordde hun: Voorwaar,
voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde
doet, is een slaaf der zonde.
Romeinen 6:6 dit weten wij immers, dat onze
oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn
kracht zou ontnomen worden en wij niet langer
slaven der zonde zouden zijn;
Romeinen 6:16 Weet gij niet, dat gij hem, in
wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven , hetzij
dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?
Romeinen 6:17 Maar Gode zij dank: gij waart slaven der zonde, doch
gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u
overgeleverd is;
Jacobus 1: 21-25 Legt dus af alle vuilheid en
alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord
aan, dat uw zielen kan behouden. En weest daders des woords en niet alleen
hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden. Want wie hoorder is van het woord en
niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in
een spiegel beschouwt;want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft
terstond vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige
hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.
Jacobus 2:12 Spreekt zo en handelt zo als mensen past, die door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden.
De slavernij der zonde is machtig.
Bij slavernij of verslaving denken men te snel aan drugs, maar iedereen is
verslaafd aan zonde. Slechts weinig mensen laten zich op hun fouten wijzen en
slechts weinig mensen beseffen dat ook TV, luiheid, geld, lust, woede, wraak en
ga zo maar door, een verslaving kan zijn, of meer bijbels uitgedrukt, een
slavernij der zonde is.
Het is de wet die de zonde doet
kennen. Wie de zonde doet is slaaf van de zonde. Het loon van de zonde is de
dood. Christus nam de straf op zich om ons vrij te kopen van deze vloek, de
vloek van de slavernij aan de zonde. Hierdoor werd de wet in ons hersteld in
zijn volmaaktheid en werd de wet weer een wet van vrijheid. Wanneer gezegd
wordt dat Jezus waarlijk vrij maakt, dan wordt er naar de bevrijding van de
slavernij der zonde verwezen en niet naar het afschaffen van de wet (decaloog
en onderliggende wetten). De wet zal ons tonen of we ware volgelingen van Jezus
zijn want de wet doet de zonde kennen. De wet is niet veranderd want zij was en
is volmaakt. Wij zijn veranderd. Wij zijn namelijk bekeerd. En dat is het
grootste wonder dat de Here in ons hart kan bewerken.
Lucas 5:23-26 Wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te
zeggen: Sta op en wandel? Maar, opdat gij moogt weten, dat de Zoon des
mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven, zeide Hij tot de verlamde: Tot
u zeg Ik, sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis. En onmiddellijk stond hij
voor hun ogen op, nam hetgeen, waar hij op gelegen had, mede en ging naar zijn
huis, God verheerlijkende. En ontzetting beving allen en zij verheerlijkten
God, en werden met vrees vervuld, zeggende: Wij hebben heden ongelooflijke
dingen gezien.
Veel mensen worden verblind door het
uiterlijke. Het opstaan van een verlamde die opnieuw kan wandelen spreekt tot
de verbeelding. Wonderen liggen goed in de markt. Maar wat was er nu
gemakkelijker? Die man doen wandelen, of zijn zonden vergeven?
Het afschaffen van een wet
veroorzaakt problemen want het vasthouden aan een wet is de borg van vrijheid.
Het rijden met een auto heeft normaal de bedoeling om ons op een veilige manier
van punt A naar punt B te brengen. Indien iedereen nauwgezet het
verkeersregelment houdt dan is de kans dat we levend aankomen in punt B het
grootst. Het naleven van regels geeft ons bijgevolg de vrijheid ons te
verplaatsen naar ons doel en de zekerheid om aan te komen in punt B. Als
iedereen de wetten (verkeersregels) aan zijn laars lapt dan geldt de wet van de
sterkste zodat de kans dat ik heelhuids in punt B aankom klein wordt.
5) Liefde en Wet
I Johannes 5:2-4 Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen. Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar, want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons geloof.
I Johannes 3: 21-24 Geliefden, als
ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God, en
ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat
welgevallig is voor zijn aangezicht. En dit is zijn gebod: dat wij geloven in
de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkander liefhebben, gelijk Hij ons
geboden heeft. En wie zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem. En
hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft: aan de Geest, die Hij ons
gegeven heeft.
I Johannes 3: 6 Een ieder, die
in Hem blijft, zondigt niet; een ieder, die zondigt, heeft Hem niet gezien en
heeft Hem niet gekend.
Het is wel nodig op te merken dat er
aan de 10 geboden, die Jezus zelf heeft gegeven op de stenen tafelen aan Mozes,
het gebod van liefde werd toegevoegd
tijdens het laatste avondmaal alhoewel dit gebod eigenlijk toch niet zo nieuw
was. Alleen voor de discipelen was het blijkbaar zeer nieuw.
Johannes 13:34 Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander
liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.
/TenCmndts10-1.jpg)
Op een
duidelijke manier koppelt Johannes liefde, wet en schepping aan elkaar. Het
liefdesgebod was geen nieuw gebod maar een gebod van in den beginne.
I Johannes 2:3-7 En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden
bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar
en in die is de waarheid niet; maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk
de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie
zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld
heeft. Geliefden, ik schrijf u geen
nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt. Dit oude gebod is het woord, dat gij gehoord hebt.
2 Johannes 1:5 En nu vraag ik u, vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod zou schrijven, maar hetgeen wij van den beginne gehad hebben: dat
wij elkander liefhebben.
Zaccharia 7:9 zo zegt de Here der heerscharen:
spreekt eerlijk recht en bewijst elkander liefde en barmhartigheid;
Leviticus 19:18 Gij zult niet wraakzuchtig en
haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de Here.
Spreuken 3:1-6 Mijn zoon, vergeet mijn onderwijzing niet en uw hart beware mijn geboden, want lengte van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen. Dat liefde en trouw u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart, dan zult gij genegenheid en goedkeuring verwerven in de ogen van God en mensen. Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.
Deuteronomium 10:17-19 Want de Here, uw God, is de God
der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God, die geen
partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt; die wees en weduwe recht doet en de vreemdeling liefde bewijst door hem brood en kleding te geven. Daarom zult gij de vreemdeling liefde bewijzen, want vreemdelingen zijt gij geweest in het land
Egypte.
Spreuken 10:12 Haat verwekt krakelen, maar liefde bedekt
alle overtredingen.
Spreuken 14:22 Zullen de bewerkers van het
kwade niet dwalen? Doch liefde en trouw zijn voor de bewerkers van het goede.
Hosea 6:6 Want in liefde heb Ik
behagen en niet in slachtoffer, in kennis van God en niet in brandoffers.
Opnieuw bewijst de bijbel dat
datgene wat wij nieuw noemen eigenlijk niet nieuw is. Het was alleen maar nieuw
omdat de mens het vergeten was, niet omdat God het nog nooit gezegd had.
Prediker 1:9 Wat geweest is, dat zal er zijn,
en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.
Gods wet is volmaakt, Gods liefde is
volmaakt, beide zijn onveranderlijk en volmaakt. Daarom leert de apostel
Johannes dat;
1 Johannes 3: 3-7 En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren.Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie
zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld
heeft.Geliefden, ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt. Dit oude gebod is het woord, dat gij gehoord hebt.
Genesis 1:1 In den beginne schiep
God de hemel en de aarde.
Johannes 1:1-2 In den beginne was het
Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God.
En zo is de cirkel weer rond, begin
ontmoet einde, alfa ontmoet omega. Zoals het was zal het weer zijn. God in
alles en allen in God. Daarom verstaan we nu nog beter de bergrede wanneer de
apostel Matteüs afsluit met volgende woorden:
Mattheüs 5:48 Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.
Wij kunnen geen volmaakte mensen
zijn. Onze kennis zal steeds te kort schieten tegenover God ze zal dus nooit
volmaakt zijn, ons bestaan zal steeds beperkt zijn in ruimte en tijd m.a.w. ook
niet volmaakt. Ook onze woorden en ons uitdrukken zal nooit volmaakt zijn. Maar
wat bedoelde Matteüs dan?
Iets dat volmaakt is, is
vol(ge)maakt. Iets dat vol is, kan niet meer bijgevuld worden. Daarom is het
volmaakt afgewerkt, het is volledig af. Alles wat er nu nog zou aan toegevoegd
zou kunnen worden is teveel. Volmaakt op zich, staat nergens in de bijbel te
lezen. Het wordt steeds met een gegeven verbonden zodat we kunnen weten wat er
volmaakt is. Indien dit niet zo zou zijn dan ware de mens volmaakt, maar dat is
alleen God in Zijn totaliteit. Wij kunnen in bepaalde aspecten volmaakt zijn
maar zullen het nooit zijn in alles. Zodoende wordt een schijnbare
tegenstelling heel begrijpelijk wanneer Paulus zegt:
Filipenzen 3:12-16 Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht,
omdat ik ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet,
dat ik het reeds gegrepen heb, maar een ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende
naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping
Gods, die van boven is, in Christus Jezus.Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God
zal u ook dat openbaren; maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook
verder!
Het
eerste handelt over de opstanding uit de doden en het opstandingslichaam. “Dit
alles om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan
zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de
opstanding uit de doden. Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds
volmaakt zou zijn”, m.a.w. Paulus heeft dit nog niet verkregen en is dus op dat
vlak nog niet “afgewerkt” of volmaakt, maar hij jaagt ernaar. Het tweede handelt
over het volmaakt zijn in Christus, m.a.w. de redding door Jezus. Die is wel
volmaakt of afgewerkt. Er moet niets meer aan toegevoegd worden. De redding,
bewerkstelligd door Jezus, voor ons is volledig af toen de Heiland zei:”Het is
volbracht”. Zodoende kunnen we de passage van Matteüs in het licht van het
antwoord dat Johannes geeft beter begrijpen:
1 Johannes 2:5 maar wie zijn woord bewaart, in
die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn.
1 Johannes 4:12 Niemand heeft ooit God
aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, blijft God in ons en zijn liefde is in
ons volmaakt geworden.
1 Johannes 4:17 Hierin is de liefde bij ons volmaakt
geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij
is, zijn ook wij in deze wereld.
1 Johannes 4:18 Er is in de liefde geen
vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met
straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.
God doet ons dus een rijke belofte:
wij kunnen hier reeds volmaakt zijn, op deze aarde. Door Gods liefde door te
geven aan onze medemensen, worden we volmaakt gemaakt in diezelfde liefde.
Johannes geeft ieder van ons zijn liefde door Christus en daarom noemt hij ons;
1 Johannes 2:1 Mijn kinderkens, dit schrijf ik
u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een
voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige;
1 Johannes 4:4 Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die
in de wereld is.
1 Johannes 2:12 Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om zijns Naams wil.
1 Johannes 2:28 En nu, kinderkens, blijft in Hem, opdat wij, als Hij zal geopenbaard worden,
vrijmoedigheid hebben en voor Hem niet beschaamd staan bij zijn komst.
Daar de liefde van Johannes ook zijn
oorsprong in Christus vond, sprak hij slechts de woorden die hij van Christus
geleerd had.
Johannes 13:33 Kinderkens, nog een korte tijd ben Ik bij u; gij zult Mij zoeken
en, gelijk Ik de Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen, zo
spreek Ik thans ook tot u.
Maar deze uitdrukking gebruikt Jezus
met een duidelijk doel, laten we geen lichtgelovige Christenen met een
paardebril zijn, maar laten we kinderkens zijn zoals Jezus wenst dat we zouden
zijn. Kinderen die de schoonheid van Gods systeem en wetten niet alleen zien
maar ook dagdagelijks ervaren. Kinderen die met onschuldige verwondering bij de
Vader gaan zitten om geleerd te worden in Gods wetten.
Mattheüs 11:25 Te dien tijde hief Jezus aan en
zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor
wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard.
Lucas 10:21 Terzelfder tijd verblijdde Hij
Zich door de Heilige Geest en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der
aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en
verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.
Bent u (reeds) bereidt om geleerd te
worden door de grootste leraar aller tijden; Jezus Christus?
6) Alfa en omega; de sabbat in de toekomst
Gods wet leert de zonde kennen en
het loon van de zonde is de dood. Dit is de wet van de zonde of ook wel de wet
van de dood. Christus overwon de dood, door de wet tot op de letter te volgen.
Hij nam onze zonden op zich en omdat het loon van de zonde de dood is, kon
Jezus dit enkel doen door te sterven. Maar Christus is niet alleen schepper,
Hij is ook Herschepper. God begon met scheppen en stelde als sluitstuk de
sabbat in. “In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” (Genesis 1:1)
Nu wil God ons en rein hart
scheppen, in overeenstemming met Zijn wil opdat wij “de wil des Vaders” zouden
kunnen doen en zodoende niet “wetteloos” zijn. “Schep mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest;” (Psalmen 51:10 ) Het scheppen van een nieuw hart wordt reeds in het oude
testament, met volgende uitspraak, gekoppeld aan de doop.
Ezechiël 36: 25,26 Ik zal rein water over u sprengen,
en gij zult rein worden; van al uw
onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw
lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven.
Maar uiteindelijk zal God nog verder gaan, naar een verheerlijkt
lichaam….
I Corinthe 15:51-56 Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen,
maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de
laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd
worden. Want dit vergankelijke moet
onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid
aandoen. En zodra dit vergankelijke
onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid
aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood
is verzwolgen in de overwinning. Dood,
waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? De prikkel des doods is de
zonde en de kracht der zonde is de wet.
En een verheerlijkt lichaam vraagt nog meer, God zal dan ook een nieuwe
hemel en een nieuwe aarde scheppen, m.a.w. een gans nieuw universum zal
gecreëerd worden.
Jesaja 65:17 Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde;
aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen.
Openbaring 3:12 Wie overwint, hem zal Ik maken
tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik
zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe
Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam.
Openbaring 21:1,2 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde;
want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik
zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van
God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.
Omdat bij de schepping de sabbat door God, als scheppingsteken, werd
ingesteld,
Omdat Gods woorden en wetten volmaakt zijn,
Omdat er Bij God geen verandering of ommekeer is,
Omdat God zag dat alles goed was, ja het was zelfs zeer goed,
Omdat God liefde is,
Daarom wordt ook in de nieuwe schepping de sabbat gevierd!
Jesaja 66:20-23 En zij zullen al uw broeders
brengen uit alle volken als een offer voor de Here; op paarden en op wagens,
op draagstoelen; op muildieren en op snelle kamelen, naar mijn heilige berg,
naar Jeruzalem, zegt de Here, zoals de Israelieten het offer in rein vaatwerk
naar het huis des Heren brengen. En ook
uit hen zal Ik er nemen tot priesters, tot Levieten, zegt de Here. Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor mijn aangezicht
zullen blijven bestaan, luidt het
woord des Heren, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan. En het zal
geschieden van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor mijn
aangezicht neer te buigen, zegt de Here.
Wij zijn dat priesterlijk volk zegt Petrus:
I Petrus 2: 9,10 Gij echter zijt een uitverkoren
geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u
uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming
aangenomen.
Openbaring 21:5 En Hij, die op de troon gezeten
is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze
woorden zijn getrouw en waarachtig.
Prediker 1:9 Wat geweest is, dat zal er zijn,
en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.
God maakt alle dingen weer nieuw die voordien bezoedeld zijn geweest
door de zonde. Alles wordt hersteld. Ook de sabbat. God zal alles vernieuwen
opdat er opnieuw vrede en harmonie zou kunnen heersen in het universum.
Psalm 104: 30,31 zendt Gij uw Geest uit, zij
worden geschapen, en Gij vernieuwt het
gelaat van de aardbodem. De
heerlijkheid des Heren zij tot in eeuwigheid, de Here verheuge Zich over zijn werken.
I Corinthe 15:54-57 En zodra dit vergankelijke
onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid
aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood
is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw
prikkel? De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet.
Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.


Het loon van de zonde is de dood, de wet doet de zonde kennen. Door het
offer van Jezus Christus werd er voldaan aan de wet der zonde. Het sterven van
Jezus illustreert hoe onvergankelijk Gods wetten zijn. God veranderd zijn
wetten niet zelfs ten koste van zijn eigen Zoon. Indien Gods wetten veranderd
zouden kunnen worden na de dood van Jezus, dan had evenzogoed de wet kunnen
veranderen worden voor de dood van Zijn geliefde Zoon. Dan was het sterven van
Jezus niet nodig geweest. Jezus kwam niet om af te schaffen of te
veranderen, Jezus kwam om de wet
“veeleer te bevestigen”. Uiteindelijk kan dan ook de zondaar terug uit de doden
geroepen worden, niet omdat de wet van de dood is veranderd, maar omdat er aan
deze wet is voldaan door het bloed van de heiland.
I Corinthe 15:26 De laatste vijand, die onttroond
wordt, is de dood,
Zo zullen uiteindelijk de herschapen mensen, Gods wetten zullen
volbrengen, van sabbat tot sabbat, zullen zij dan ook niet meer zondigen.
Niemand in de nieuwe wereld zal nog willen
zondigen zodat zij door de wet der zonde het eeuwige leven zullen kennen.
Het loon van de zonde is de dood, het loon van NIET zonde is NIET dood, m.a.w.
het eeuwige leven. Zo blijkt opnieuw hoe volmaakt Gods wetten zijn.
Jeremia 31:31-34 Zie, de dagen komen, luidt het woord des
Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals
het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de
hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken
hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des Heren. Maar dit is het
verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het
woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God
zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder
leren: Kent de Here: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de
grootste onder hen, luidt het woord des Heren, want Ik zal hun ongerechtigheid
vergeven en hun zonde niet meer gedenken.
Psalmen 19:7 De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel;
de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de
onverstandige.
7) Appendices.
Naast voorgaande studies wil ik aan
de hand van deze appendices nog een aantal zaken hetzij verduidelijken hetzij
onder de aandacht brengen. In wezen is elk van deze appendices voldoende om een
studie op zichzelf te zijn van vele bladzijden lang. Echter om dit document in
te korten en binnen een aanvaardbare lengte te houden, heb ik mij beperkt tot
het wellicht te oppervlakkig aanraken van deze punten.
7.1 Dit schrijven is een dwaasheid.
Heel wat Christenen verlangen
Goddelijke openbaring aangaande de sabbat opdat zij zouden kunnen weten of deze
dag nu wel of niet geheiligd moet worden. Anderen vragen zich af of het de
zondag is en nog anderen willen weten of men vrijelijk iedere dag van de week
kan kiezen om die te “heiligen”. Vele mensen bidden om licht tot God, aangaande
het sabbatsvraagstuk. De vraag moet eigenlijk anders belicht of gesteld worden
wil men tot een sluitend antwoord komen. Wat wilt u of wat is volgens u
Goddelijke openbaring? Is dit een emotionele gewaarwording? Een engel die tot u
komt spreken? Of kan het ook de kennis van Gods woord, de bijbel zijn? De
bijbel laat er geen twijfel over bestaan, hij raad aan om steeds uw verstand te
gebruiken, ook in de spirituele dingen. God heeft ons de kracht van de kennis
gegeven door ons met verstand en rede te bekleden. Daartoe had de Schepper zijn
reden.
Spreuken 16:22 Het verstand is voor zijn bezitters een bron van leven, maar de straf voor de dwazen is hun eigen dwaasheid.
Psalm 94:10-15 Zou Hij, die de volken
onderwijst, niet straffen, Hij, die de mens
kennis leert? De Here kent de gedachten der
mensen: ijdelheid zijn zij. Welzalig de man die Gij kastijdt, Here, die Gij onderwijst uit uw wet, om hem rust te verlenen van de
dagen des onheils, terwijl voor de goddeloze de kuil gegraven wordt. Want de
Here zal zijn volk niet verstoten, en zijn erfdeel niet verlaten; want de
rechtspraak zal weer rechtvaardig worden, alle oprechten van hart zullen zich
daarbij aansluiten.
Ondanks het feit dat kennis blijkbaar Goddelijk is, is voor heel wat
mensen “kennis” te banaal om dit nog als een openbaring van God te zien. Onder
de invloed van de evangelische revivals van de jaren 70 werden Christelijke
bijeenkomsten meer een emotionele happening dan een onderwijzen in de wegen van
God zoals Jezus dit deed in de synagoge, toen Hij hier nog op aarde
rondwandelde.
1 Corinthe 2:14 Doch een ongeestelijk mens
aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij
kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Zoals verstand veelvuldig tegenover dwaasheid wordt geplaatst in de bijbel,
plaatst bovenstaand vers dwaasheid tegenover de Geest van God. De bijbel stelt
dus duidelijk dat het God is die kennis geeft zodat door gebruik te maken van
het verstand, kennis tot een bron van leven zou zijn. Deze kennis wordt ook
duidelijk gekoppeld aan het onderricht in de wet.
Hosea 4:6 Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat gij geen priester
meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet
van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw
zonen vergeten.
Hosea gaat wat de psalmist schreef opnieuw gaan bevestigen, maar nu in
negatieve zin. Kennis is leven stelt de psalmdichter. Hosea verklaart
duidelijk: gebrek aan kennis is ten gronde gaan. En men gaat ten gronde omdat
“gij de wet van God vergeten hebt”. Christenen zijn echter snel geneigd deze
passage exclusief te maken voor de Joden en niet voor de Christen onder het
nieuwe verbond. Men dient echter wel te bedenken dat in de tijdsas van het
verlossingsplan, tijdens de periode van Hosea, Gods volk aan de vooravond van
de eerste komst van de Messias stond. Zijn volk wordt reeds duidelijk
voorbereidt op deze komst en op het nieuwe verbond. Hosea zegt het volgende in
naam des Heren:
Hosea 6:6 Want in liefde heb Ik behagen en
niet in slachtoffer, in kennis van God en niet in brandoffers.
De kennis wordt hier dus duidelijk geplaatst naast de liefde, omdat
Hosea 4:6 kennis en wet koppelt, wordt de wet dan ook op het niveau van de
liefde geplaatst. Deze beide worden duidelijk geplaatst tegenover de gebruiken
uit het oude verbond namelijk de brandoffers en slachtoffers. Gods volk faalde
echter jammerlijk in het doorgeven van kennis, getuige daarvan volgende
bijbelse passage:
Maleachi 2:7,8 Want de lippen van de priester bewaren kennis en uit zijn mond zoekt men
onderricht in de wet, want een bode
van de Here der heerscharen is hij. Gij evenwel zijt van de weg afgeweken; gij
hebt door het onderricht in de wet velen
doen struikelen; gij hebt het verbond met Levi
verdorven, zegt de Here der heerscharen.
De wet was geen wet van vrijheid en bevrijding meer, het werd een
keurslijf tot ondergang van velen. Dit was Gods bedoeling nooit geweest (Cfr.
de bergrede). Gods getuigen hadden God in zijn grootsheid moeten vrezen maar in
plaats van God te vrezen wilden zij macht en zelf gevreesd worden door anderen.
Toen God zich openbaarde op de Sinaï met donderslagen en aardbevingen
was het om zijn volk te laten beseffen hoe groots Hij, God, wel was, en ook dat
Zijn wet, Zijn uitgedrukte karakter is. Maar net zoals toen, wordt ook nu de
berisping der zonde en de tucht niet meer aanvaard noch gewaardeerd. Daarom
werd de wet en de onderwijzing niet aanvaard door hun onbekeerde harten zodat
uiteindelijk ook God werd verlaten en niet meer gevreesd.
Zowel toen als nu vreest Gods volk God niet meer omdat ze de kennis van
Zijn wet verzaken. Door het gebrek aan kennis van de wet is de zonde toegenomen
en zal automatisch de vreze des Heren afnemen omdat mensen zich niet meer
bewust zijn van hun zondige toestand. Dit zal voor velen het offer van de Here
minder groot doen schijnen zodat het offer van Jezus gedegradeerd zal worden
tot een liefdevolle sentimentele daad van een goeroe die ooit ergens in het
Midden Oosten leefde en die ons ertoe zou moeten aanzetten lief te zijn voor
elkaar. Van hergeboren worden of nalaten van de zonde is er geen sprake meer.
Iedereen wordt zijn eigen maatstaf en bepaald zelf wat zondig is of niet.
Kennis van de wet of vreze des Heren is er niet meer.
Spreuken 1:7 De vreze des Heren is het begin der
kennis; de dwazen verachten wijsheid en tucht.
Spreuken 1:22 Hoelang zult gij,
onverstandigen, het onverstand liefhebben, zullen spotters aan spotternij een
welgevallen hebben, en dwazen de kennis haten?
Een volk die liefde degradeerde tot een sentimenteel gevoel zonder
inhoud, vluchtig als mist voor de opkomende zon, kan niet meer hergeboren
worden door het offer van Jezus. Paradoxaal genoeg zal dan ook datgene wat ze
nastreven, namelijk de liefde, ook verloren gaan. Door het gebrek aan kennis
van de wet is de zonde toegenomen omdat het de wet is die de zonde doet kennen.
Omdat de mensen de zonde niet meer kennen zal automatisch dan ook de liefde
bekoelen. Jezus voorspelt dit zelfs in de rede der laatste dingen:
Mattheüs 24:11-12 En vele valse profeten zullen
opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden
worden.
Maar God doet in iedere tijd mensen
rechtstaan die naar zijn woord spreken en Zijn kennis doorgeven.
Jeremia 3:15 en Ik zal u herders naar mijn
hart geven, die u zullen weiden met kennis en verstand.
In tegenstelling tot de theologen,
schriftgeleerden, predikanten of Christenen die geen welgevallen hebben aan
Gods wet en liefde:
Lucas 11:52 Wee u, wetgeleerden, want gij
hebt de sleutel der kennis weggenomen; zelf zijt gij niet binnengegaan en hen,
die trachtten binnen te gaan, hebt gij tegengehouden.
Romeinen
2:17-23 Indien gij u
dan Jood laat noemen, steunt op de wet, u beroemt op God, zijn wil kent, weet te onderscheiden waarop
het aankomt, daar gij onderricht in de wet geniet, en u overtuigd houdt, dat gij een leidsman
van blinden zijt, een licht voor hen, die in duisternis zijn, een opvoeder van
onverstandigen en een leermeester van onmondigen, daar gij in de wet de
belichaming der kennis en der waarheid bezit,
hoe nu, gij, die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij,
die predikt, dat men niet stelen mag, steelt gij? Die overspel verbiedt, doet gij overspel? Die
gruwt van de afgoden, pleegt gij tempelroof? Die u op de wet beroemt, onteert
gij God door uw overtreden van de wet?
In de laatste passage wordt nogmaals
duidelijk gesteld hoe de Joden de taak hadden te onderrichten maar dit niet
deden. Ook wij, onder het nieuwe verbond hebben een taak om kennis door te
geven en te onderrichten, kennis van de wet en vreze des Heren.
Openbaring 14:6,7 En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan
alle volk en stam en taal en natie; en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn
oordeel is gekomen, en aanbidt
Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.
Het is belangrijk ook de kennis niet
te overschatten en daartoe beschrijft de apostel Petrus op een mooie manier de
relatie van de kennis tot het geheel van de Christelijke ontwikkeling. Het is
belangrijk te beseffen dat zonder de kennis, de volgende stadia niet bereikt kunnen worden.
II Petrus1: 1-7 Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus
Christus, aan hen, die een even kostbaar geloof als wij hebben verkregen door
de gerechtigheid van onze God en Heiland, Jezus Christus: genade en vrede worde
u vermenigvuldigd door de kennis van God en van Jezus onze Here. Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat
tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht;
door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij
daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf,
dat door de begeerte in de wereld heerst. Maar schraagt om deze reden met
betoon van alle ijver door uw geloof de
deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de
zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de
godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde jegens allen.
Alles begint met geloof en gaat via
de kennis naar de liefde. Maar zonder kennis kan er geen liefde zijn. Wat je
niet kent, kan je niet liefhebben. En deze grote wijsheid van kennis en liefde
wordt geopenbaard door de prediking van het gesproken of zoals in dit geval het
geschreven woord. Daarom dit antwoord op de vraag gesteld in het begin van dit
onderwerp: hoe openbaart God zich? Hoe weet je of de sabbat uit de 10 woorden
Gods nu moet gevolgd worden of niet?
Jeremia 3:15 en Ik zal u herders naar mijn
hart geven, die u zullen weiden met kennis en verstand
I Corinthe 1:19-24 Want er staat geschreven:
Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal
Ik verdoen. Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister
van deze tijd? Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt? Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar
wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der
prediking te redden hen die geloven. Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch
wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen
een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods en
de wijsheid Gods.
Beste Christelijke lezer, het heeft God behaagd u geen
engelen te sturen, noch wonderlijke tekenen te geven om u deze sabbatswaarheid
te verkondigen neen, het gebeurt door “de dwaasheid der prediking” van het
geschreven woord, daarom is dit schrijven een dwaasheid! Maar wat dwaas is bij
de mensen is wijs bij God.
7.2 De Messias, het addertje onder het gras ….
In punt 2 werd aangetoond hoe de
Joden bij de eerste komst van de Jezus zijn missie volledig verkeerd hadden
begrepen en voorgesteld. De Joden verwachten een sterke Messias die het juk van
de Romeinse overheersing zou breken en het koningschap zou opnemen. In plaats
daarvan kregen ze een ziekelijke en nederige dienaar van Nazareth. Hun
nationale trots was gekrenkt wat leidde tot de dood van Jezus.
Toen Jezus opvaarde naar de Vader zond Hij twee boodschappers, twee
engelen met de belofte, Jezus keert weer.
“En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee
mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat
staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is
naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt
zien varen.” (Handelingen 1: 10, 11)
Jezus keert terug, de vraag is nu hoe, wanneer en waarom? Het antwoord
op deze vragen is simpel. Wanneer Jezus terugkomt, dan zal het in glorie zijn.
Gans het universum zal wankelen bij de majesteit Gods: “En de hemel week terug als een boekrol, die
wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt.”
(Openbaring 6:14) Het zal heel duidelijk zijn wanneer de Heer der heren en
Koning der koningen terugkomt. “ Zoals een zwangere die in barensnood raakt,
ineenkrimpt en onder haar weeën schreeuwt, zo waren wij voor uw aangezicht,
Here. Wij waren zwanger, wij krompen ineen; maar het was, als baarden wij wind;
wij brachten het land geen verlossing aan en wereldbewoners werden niet
geboren. Herleven zullen uw doden (ook mijn lijk), opstaan zullen zij. Ontwaakt
en jubelt, gij, die woont in het stof! Want uw dauw is een dauw van licht; en
de aarde zal aan de schimmen het leven hergeven. Kom, mijn volk, ga in uw
binnenkamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u een korte tijd, tot de
gramschap over is.Want zie, de Here verlaat zijn plaats om de ongerechtigheid
der bewoners van de aarde aan hen te bezoeken; dan zal de aarde het op haar
vergoten bloed aan het licht brengen en haar verslagenen niet langer bedekken.”
(Jesaja 26: 17-21) Doden zullen rechtstaan wanneer Jezus “zijn plaats verlaat”
om de ongerechtigheid in rekening te brengen. Jezus komt dus met het oordeel om
te oordelen wie leeft in eeuwigheid en wie Zijn bloed niet waardig geacht
hebben.
Gods geduld zal dan op zijn. “ En de hemel week terug als een boekrol,
die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. En de
koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de
machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der
bergen; en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt
ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn
van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?”
(Openbaring 6:14-17)
“en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure
van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt
Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.”(
Openbaring 14:7) “En ik hoorde de engel der wateren zeggen: Rechtvaardig zijt
Gij, die zijt en die waart, Gij Heilige, dat Gij dit oordeel hebt geveld.”
(Openbaring 16:5)
De Joden verwachten een sterke oordelende Messias die de “heidenen”, in
hun ogen de overheersende Romeinen, zou verdelgen. Tal van profetieën vertelden
hun dat, maar ze vergaten dat er eerst andere profetieën moesten vervuld
worden. In plaats van een Koning kregen ze een Lam ter slachting die in liefde
en nederigheid kwam om het verlorene te redden. Vandaag verwachten veel
Christenen het liefdevolle Lam die komt om te redden. Maar in plaats daarvan
komt de Koning om te oordelen, loon naar werken. “En haar kinderen zal Ik de
dood doen sterven en alle gemeenten zullen inzien, dat Ik het ben, die nieren
en harten doorzoek; en Ik zal u vergelden , een ieder naar uw werken.”
(Openbaring 2:23 ) Met kerstmis vieren de Christenen de geboorte van het kindje
Jezus, maar de kribbe is leeg, de Messias heeft zijn verzoeningwerk volbracht.
De tijd is nabij dat Hij terugkeert.
Waakt te allen tijde, biddende, dat
gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld
te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen. (Lucas 21:36) Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt. (Mattheüs 24:42) en hij zeide met luider stem: Vreest God en
geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de
hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft. (Openbaring
14:7)
En de basis van het oordeel is de wet en dat is rechtvaardig want iedereen die Christus wil volgen kan ze lezen en begrijpen. “Want wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden. Want Hij, die gezegd heeft: gij zult niet echtbreken, heeft ook gezegd: gij zult niet doodslaan. Indien gij nu geen echtbreuk pleegt, maar wel doodslag, zijt gij toch een overtreder van de wet geworden. Spreekt zo en handelt zo als mensen past, die door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden.” (Jakobus 2: 10-12)
7.3 Samenhang tussen de wetten
Het hiernavolgende schema zal op
zeer rudimentaire manier proberen de samenhang aan te tonen tussen de
verschillende wetten. De volledige uitwerking is te lang om toe te voegen aan
deze studie die in wezen op de sabbat gefocusseerd is. In wezen komt de
redenering op het volgende neer. Omdat God alle wetten heeft gemaakt zijn alle
wetten even onveranderlijk.
Alhoewel de responstijd anders is,
blijven de fundamentele eigenschappen van alle wetten gelijk. Als basis is er
een causale relatie. Er is met andere woorden een oorzakelijk verband. Iedere
actie heeft een reactie tot gevolg. Dit betekent dat bij het niet naleven of
overtreden ervan er een reactie zal komen zonder dat daaruit voortvloeit dat
het God is die straft.
Volgend voorbeeld zal dit wellicht
duidelijker maken. Wanneer je uw hand in het vuur houdt dan wordt het verbrand.
Actie: hand in het vuur. Reactie: verbranding van uw hand. De responstijd is
zeer kort, namelijk ogenblikkelijk. Wanneer u rookt is er kans op kanker. De
responstijd tussen de chemie van de nicotine en het bloed is ook
ogenblikkelijk, maar de kans dat de reactie ver genoeg uitloopt dat dit tot
kanker leidt valt nog af te wachten. In beide gevallen is er een overtreding
van de natuurwetten. In beide gevallen is het de natuurwet die stelt dat onze
moleculaire structuur niet compatibel is in het ene geval met de hitte en in
het andere geval met de verbrandingsgassen van de sigaret. Er is niets aan te
veranderen aan deze natuurwet; deze is fundamenteel.
Bij de tweede groep van wetten is de
samenhang of hun causaal verband reeds moeilijker in te schatten. Wanneer ik
dag na dag iemand pest, dan zal dit bij sommigen een directe reactie
veroorzaken, maar bij andere individuen kan dit jaren duren. Zo wordt niet
alleen de reactiesnelheid, maar ook de reactie zelf, individueel bepaald.
Nochtans kunnen er basisregels opgesteld worden, denk maar aan de psychologie.
De vraag luidt nu, wat gebeurt er als een maatschappij collectief 1 of meerdere
van de zes menselijke geboden overtreedt? Dit zal ontegensprekelijk een impact
op de desbetreffende maatschappij hebben, maar wanneer en hoe dit zich zal uiten hangt van de
maatschappij zelf af. Hiervoor waarschuwt de bijbel wanneer hij stelt dat:
Spreuken 14:12 Soms schijnt een weg iemand
recht, maar het einde daarvan voert naar de dood
Zo moeilijk de tweede groep van,
wetten is, wel nog moeilijker wordt het wanneer de eerste 4 geboden van God
overtreden worden. Het overtreden van deze wetten hypothekeert de relatie van
schepsel tot zijn schepper. De responstijd is zeer lang en wanneer God
uiteindelijk optreedt dan is de reactie navenant. Het grootste probleem ligt
bij het feit dat het overtreden niet alleen een opstand tegen God is, maar dat
het ook een sluipend vergif is. Dit is omwille van het feit dat wanneer één van
de bovenliggende wetten wordt overtreden, de onderliggende automatische volgen.
Ook dit is een fundamentele wet.
Jacobus 2: 9-10 Want wie de gehele wet houdt,
maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden.
Bij voorbeeld, indien je de sabbat
niet meer viert, dan erken je in wezen God niet meer als schepper omdat de
sabbat het enigste gebod is die God als schepper centraal stelt. Je mag dan wel
verkondigen dat je in God als schepper gelooft, als dit niet met de daad
gepaard gaat is het in wezen levenloos of krachteloos.
Jakobus 2:18-20 Maar, zal iemand zeggen: Gij
hebt geloof en ik heb werken. Toon mij dan uw geloof zonder de werken, en ik
zal u mijn geloof tonen uit mijn werken. Gij gelooft, dat God een is? Daaraan
doet gij wel, maar dat geloven de
boze geesten ook en zij sidderen. Wilt gij
weten, gij dwaze mens, dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt?
Wanneer
je nu God als Schepper verlaat zullen een aantal wetten betekenisloos worden.
Zo kan je nog maar moeilijk uw lichaam als de tempel van de Geest zien.
Daardoor heb je geen problemen om uw lichaam nodeloos te belasten of zelfs aan
te tasten. En langzaam maar zeker gaan alle fundamentele wetten onderuit
doordat je zelf als mens bepaald wat kan en wat niet kan. Bij de natuurwetten
wordt je snel afgestraft wanneer je deze overtreedt, maar bij de andere wetten
is dat niet zo. Op deze manier kan het verval zich langzaam meer heel zeker en
uiterst destructief verspreiden doorheen een maatschappij. De hiernavolgende
tabel geeft een overzicht.

7.4 De wetten van Mozes versus de wetten van God.
Omwille van het feit dat alle wetten
met elkaar verbonden zijn door dezelfde God, kunnen wetten eigenlijk nooit
afgeschaft worden. Ze kunnen wel een andere betekenis of invulling krijgen maar
principieel veranderen ze niet en worden ze dus ook niet afgeschaft. Zo leert de bijbel nergens dat Gods wetten
(thora) of Gods wet afgeschaft is. Het is echter wel zo dat een wet opgetild
kan worden naar een hoger niveau. Het is dan precies alsof de eerste invulling
van de wet een schaduw van de werkelijkheid was. Een schaduw schaft echter
niets af. Dit betekent dat wanneer we van de schaduw opkijken naar het
eigenlijke voorwerp, dan zal dit opkijken niet tot gevolg hebben dat de vorm
van het voorwerp verandert. “Laat dan niemand u
blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe
maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest,
terwijl de werkelijkheid van Christus is.” (Kolossenzen 2: 16,17)
Het is niet aan ons,
anderen te oordelen naar hun gedrag in verband met Gods wetten. Maar we hebben
wel een heilige taak als we de naam Christen waardig willen zijn. Wanneer
mensen leringen verkondigen die niet door de bijbel ondersteund worden en deze
toch Christelijk noemen, dan is het onze taak deze te herroepen zoals Jezus dat
ook deed. Jezus sprak altijd met een duidelijk “Er staat geschreven” wanneer mensen vragen stelden of confrontaties
wilden uitlokken. Hij deed dit ook met
Satan in de woestijn. Dit zou voor ons een duidelijke les moeten zijn dat ook
wij door de genade van Jezus, het kwade kunnen weren uit ons leven. Dat is de
essentie van de bekering. Een bekering keert ons om van het kwade naar het
goede. Hierbij is de wet onze maatstaf van datgene dat we moeten doen of
nalaten te doen.
Jezus steunde duidelijk op de toenmalige schriften, wat nu ons oude
testament in de bijbel is. “En Hij
zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles
wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn
heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde
hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.“ (Lucas 24:
25-27) “ Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te
hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen, “( Johannes 5:39)
Ik wil hiervoor voorgaand voorbeeld
opnieuw aanhalen. Wanneer ik mijn hand in het vuur stop, dan verbrand ik mij.
Dit is een fundamentele wet. Ik kan nu echter gebruik gaan maken van een tweede
fundamentele wet dat bepaalde stoffen mij kunnen beschermen tegen dat vuur.
Wanneer ik dus een vuurvaste handschoen aandoe, dan kan ik mijn hand wel in het
vuur houden. Hierbij stopt de eerste wet niet, maar door gebruik te maken van
een andere wet kan ik mij beschermen en dingen doen die eerst schijnbaar
onmogelijk waren. Zo is het met alle wetten. Er is een fundamentele wet die
stelt dat:
Hebreen 9:22 En nagenoeg alles wordt volgens
de wet met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er
geen vergeving.
Leviticus 17:11 Want de ziel van het vlees is in
het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te
doen, want het bloed bewerkt verzoening
door middel van de ziel.
Als schaduw in het oude verbond,
werd deze wet uitgevoerd met dieren, in het nieuwe verbond met het bloed van de
heiland. M.a.w om vergiffenis van zonde te verkrijgen is er een “slachtoffer”
nodig die het loon der zonde ontvangt namelijk de dood. Deze wet is steeds
rechtsgeldig gebleven sedert de grondlegging der wereld. Alleen werd ze op een
andere manier ingevuld. Dit geldig voor de ganse Mozaïsche wet.
Hebreeën 10:8-10 In de aanhef zegt Hij:
Slachtoffers en offergaven, brandoffers en zondoffers, hebt Gij niet gewild,
noch daarin een welbehagen gehad, hoewel zij naar de wet gebracht worden. Doch
daarna heeft Hij gezegd: Zie, hier ben Ik om uw wil te doen. Hij heft het
eerste op, om het tweede te laten gelden. Krachtens die wil zijn wij eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus.
Al is er geen dier meer nodig, nog
steeds is er bloed nodig van een “vlekkeloos Lam”. De Mozaïsche wet wordt
bijgevolg niet afgeschaft maar opgetild van schaduw naar werkelijkheid, Jezus
“heft” de wet naar een hogere werkelijkheid “op”. Type en anti-type ontmoeten
elkaar, schaduw en beeld, belofte en vervulling. Dit geldt voor de ganse wet.
Een aantal voorbeelden zullen dit nog uitdrukkelijker illustreren.
De besnijdenis:
Door de voorhuid van de penis weg te
nemen neemt de gevoeligheid toe. God wilde opnieuw een fundamentele les leren.
Moeten wij nu nog besneden worden? Het antwoord is JA, maar niet meer het
geslachtsorgaan:
Deuteronomium 30:6 En de Here, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost
besnijden, zodat gij de Here, uw God, liefhebt met geheel uw hart en met geheel
uw ziel, opdat gij leeft.
Jeremia 4:4 besnijdt u voor de Here en doet weg de voorhuid van uw hart, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem, opdat mijn gramschap
niet uitsla als een vuur en onuitblusbaar brande om de boosheid uwer
handelingen.
Romeinen 2:29 de ware besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de
letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God.
De akker met tweeërlei zaad of het
tweevoudige kleed:
Leviticus 19:19 Mijn inzettingen zult gij bewaren, gij zult
van uw vee niet twee verschillende soorten laten paren, uw akker zult gij niet
met tweeërlei zaad bezaaien, en een kleed, uit tweeërlei stof vervaardigd, zult gij niet dragen.
Deuteronomium 22:11 Gij zult u niet kleden met een kleed van tweeërlei stof, wol en linnen tezamen.
Openbaring 3:18 raad Ik u aan van Mij te kopen
goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat
gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf
om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt.
Wij krijgen een kleed van God dat
geweven is op één stof, een tweeërlei stof zou erop duiden dat verlossing door
twee manieren kan verkregen worden, maar dat is niet zo. Dat doet niet af van
het praktische dat wol en linnen slecht te combineren stoffen zijn de ene is
koel en de andere is warm. Daarom is het praktisch gezien beter om één type
stof te gebruiken. Maar in onze tijd van kunstvezels zou deze wet achterhaald
zijn ware het niet dat er een hogere wet achtersteekt.
Lucas 8:11 Dit is de gelijkenis: Het zaad is het woord Gods.
(…) Dat in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het woord
gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding.
Galaten 6:8 Want wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de Geest
eeuwig leven oogsten.
1 Corinthe 3:9 Want Gods medearbeiders zijn
wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.
Ook hier geldt de wetmatigheid, er
is maar één soort zaad op een akker te zaaien zoals er maar één woord van God
is. Uit het voorgaande leren we wat de akker kan zijn wanneer deze wordt
“opgeheft (of opgeheven)” naar een hogere werkelijkheid. Het boeiende aan de
bijbel is dat dit van een eerste naar tweede, maar evenzogoed naar een derde
niveau kan opgetild worden. Zo kunnen akker en zaad van een letterlijke, naar
een geestelijk individuele en uiteindelijk naar een universele betekenis gaan.
Mattheüs 13:38 de akker is de wereld; het goede zaad, dat
zijn de kinderen van het Koninkrijk; (13-39a) het onkruid zijn de kinderen van
de boze;
Het is onze taak de schatten, die God in zijn woord verborgen heeft,
door de leiding van de heilige Geest te ontdekken. Op deze manier gaan we
steeds diepere waarheden in het Woord vinden die ons steeds verder zullen
dragen, dichter naar God toe. Het was immers Zijn wens zich door het geschreven
woord aan ons te openbaren, schijnbaar een dwaasheid (zie punt 6.1).
Mattheüs 13:44 Het Koninkrijk der hemelen is
gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg,
en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en
koopt die akker.
Zoals de
wetten als een organisch levend geheel met elkaar verbonden zijn, zo is het ook
met het woord van God, de bijbel. Het is een levend woord met een kloppend
hart, Jezus Christus, want zoals het hart het centrum van het lichaam is, zo is
Christus ook het centrum van het verlossingsplan en het hart van Zijn lichaam
hier op aarde. En het hart stuwt het bloed rond, bloed dat door de aderen van
het woord stroom. En het bloed is de Geest. “En drie
zijn er, die getuigen op de aarde: de Geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot een.” (1 Johannes 5:8) En het water
is het symbool van de reinigende werking van de Geest.
De uiteindelijke vraag is dus niet of de wet van Mozes is afgeschaft, want
bijbels kan men nergens aantonen dat de Thora of onderwijzing van God
afgeschaft is, de vraag nu echter is: wat is de hogere werkelijkheid van Gods
wetten, wat willen die wetten ons leren en welke implicaties heeft dit voor ons
leven.
7.5 Het heiligdom
Als logisch vervolg en sluitstuk op
voorgaand punt is het noodzakelijk nog even kort het heiligdom aan te raken.
Het Heiligdom verreist een uitgebreide studie, maar omdat deze tekst over de
sabbat handelt zullen we daarom genoegen nemen met korte invulling van het
hierboven beschreven principe betreffende het heiligdom. Laten we voorgaande punten nog eens op een
rij zetten.
·
God
openbaart zichzelf in de schriften
·
Jezus
verklaart duidelijk dat gans het oude Testament Hem openbaart.
·
Jezus
is bijgevolg ook de vervulling van de wetmatigheden uitgedrukt in de Thora.
In de Thora wordt een groot stuk van
de geschriften gewijd aan de tabernakel en de heiligdomsdienst. Met uitermate
nauwkeurigheid wordt een veelvoud aan tempel ritussen en gebruiken omschreven.
Waarom neemt God zoveel moeite om dat aan Mozes te tonen en het hem te laten
neerschrijven? Wat wilde God aan de mensen leren.
Exodus 25: 8, 9 En zij zullen Mij een heiligdom
maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn
gerei.
Het zou absurd zijn dat God een
model zou maken om het aan Mozes te tonen zodat Mozes er op zijn beurt een
tweede model van zou maken. Mozes zag dus een werkelijkheid, een tempel in de
hemel waarvan er een afbeelding op aarde moest komen. Johannes bevestigt
dit, want ook hij heeft de tempel in de
hemel gezien. “En daarna zag ik, en de tempel van de
tent der getuigenis in de hemel ging open;” (Openbaring 5:5) De tempel blijkt
dus een realiteit te zijn en opnieuw kunnen we dezelfde systematiek terugvinden
zoals in het voorgaande punt met de akker. Letterlijk, individueel, universeel.
De tempel is echter meer, veel meer en heeft dus nog andere openbaringen in
petto…
Letterlijk: een tabernakel of tempel op deze
wereld, gebouwd door de Jood. Momenteel is dit niet meer aanwezig op deze
wereld. De laatste tempel werd vernietigd door de Romeinen in 73 na Christus.
Individueel: Ieder mens is een
tempel, die wanneer hij zich aan God overgeeft een heilige plaats wordt. “Weet
gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem
schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!” (1 Corinthe 3:16)
Universeel: We zijn niet alleen
individuele tempels (ons lichaam), maar alle gelovigen samen zijn Gods tempel
op deze aarde. “ Zo zijt gij dan geen
vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten
Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus
Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op
tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een
woonstede Gods in de Geest.” (Efeze 2:19 – 22)
Transcendent of het
menselijke overstijgend: De echte tempel in de hemel die zowel Johannes als
Mozes gezien hebben en waarin God gemeenschap heeft met Hemelse wezens.
Openbaring 14:17 En een andere engel
kwam uit de tempel, die in de hemel is, …
Openbaring
15: 5-8, 16: 1 En daarna zag ik, en de tempel van de tent der
getuigenis in de hemel ging open; en de zeven engelen, die de zeven plagen
hadden, kwamen uit de tempel, bekleed met rein en blinkend linnen en de borst
omgord met een gouden gordel. En een van
de vier dieren gaf aan de zeven engelen zeven gouden schalen, vol van de
gramschap van God, die leeft tot in alle eeuwigheden. En de tempel werd vervuld
met rook vanwege de heerlijkheid Gods en vanwege zijn kracht; en niemand kon de
tempel binnengaan, voordat de zeven plagen der zeven engelen voleindigd waren.
En ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tot de zeven engelen: Gaat
heen en giet de zeven schalen van de gramschap Gods uit op de aarde.
Niemand zal de hemelse tempel binnen kunnen gaan voor er bepaalde zaken
geschiedt zullen zijn en deze staan nog te gebeuren in de toekomst. De tempel
bevat dus ook een profetische tijdsdimensie gezien er in het boek openbaring
een duidelijke toekomstprofetie wordt geopenbaard. Dat is niet zo verwonderlijk
omdat de aardse tabernakel ook een duidelijke tijdsdimensie had. Gans het jaar
door werden er feesten gehouden, lentefeesten, en herfstfeesten. De
Lentefeesten vonden hun climax in het Pesach wat een voorafschaduwing was van
het grote paasfeest, namelijk de komst en het offer van Jezus. De herfstfeesten vinden hun climax in de
grote verzoendag of Yom Kippoer. Dit is een profetie die wijst naar de tweede
komst van Jezus naar deze aarde. M.a.w. een groot deel van de tempelprofetie
staat nog te gebeuren. Dit heeft ook tot gevolg dat zonder een goed begrip van
de tempeldienst, het verlossingsplan, in zijn volheid, niet begrepen kan
worden. Ook het bestuderen van het boek openbaring is maar zinvol in het licht
van, en met de kennis van, de tabernakeldienst en zijn feesten. Het is daarom
logisch dat veel Christenen zullen verrast worden door de “dag des Heren” of de
wederkomst van Christus net zoals de Joden ook voor de eerste komst van hun
Messias niet echt voorbereidt waren. We moeten de Joden dus geen steen werpen
want vele Christenen zijn in hetzelfde bedje ziek.
I Tessalonicenzen 5:1-6 Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het
niet nodig, dat u geschreven wordt: immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag
des Heren zo komt, als een dief in de nacht. Terwijl zij zeggen: het is alles vrede en rust, overkomt hun, als
de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins
ontkomen. Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als
een dief overvallen zou: want gij zijt
allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of
duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en
nuchter zijn.
Iemand die nuchter en wakker is zal dus NIET door deze dag van oordeel
overvallen worden. Wat meer is, wij kunnen deel zijn van deze tempel in de
hemel:
Openbaring 3:12 Wie overwint, hem zal Ik maken
tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik
zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het
nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe
naam.
En wat bevindt er zich in het heilige der heiligen op aarde: de ark en
wat bevindt er zich in de hemelse tempel?
Openbaring 11:19 En de tempel Gods, die in de
hemel is, ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen en stemmen
en donderslagen en aardbeving en zware hagel.
En zoals het Mozes getoond werd door God zelf, zo handelde hij. Mozes
deed naar wat hij in het hemelse zag en legde de 10 woorden, die God zelf had
neergeschreven, in de ark. Zoals deze in de hemelse ark liggen zo lagen de 10
woorden of 10 geboden met het sabbatsgebod, in de ark, in het schaduwbeeld hier
op deze aarde.
Deuteronomium 10:1-5 Toen zeide de Here tot mij: Houw u twee stenen tafelen gelijk de
eerste, klim tot Mij op de berg, en maak u een houten ark; dan zal Ik op de
tafelen de woorden schrijven, die stonden op de eerste tafelen, welke gij
verbrijzeld hebt, en gij zult ze in de ark leggen. En ik maakte een ark van
acaciahout en hieuw twee stenen tafelen gelijk de eerste; toen beklom ik de
berg met de twee tafelen in mijn hand. En Hij schreef op de tafelen met hetzelfde schrift als de eerste maal,
de Tien Woorden, die de Here op de berg tot u gesproken had uit het midden van
het vuur op de dag der samenkomst; en de Here gaf ze mij. Toen keerde ik
mij om en daalde de berg af, en ik legde
de tafelen in de ark, die ik gemaakt had; en zij bleven daar, zoals de Here mij
geboden had.
Wat God geschreven heeft, dat heeft
Hij geschreven. Net zo min als God een streep op de stenen tafelen, door het
sabbatsgebod zou getrokken hebben hier op aarde, zo ook kan Hij niet zomaar
voor gans het universum Zijn ark in de hemelse tempel openen en daar welk gebod
dan ook doorstrepen.
Het is Gods bedoeling de zonde
volledig uit delgen, NIET door de maatstaf der zonde (de wet) weg te nemen of
te veranderen, maar wel door deze wet in het hart (het heilige der heilige van
de tempel) van de mens te leggen zodat deze ten allen tijde aan de wet zal
kunnen voldoen en bijgevolg niet meer zal zondigen. Dan zal God echt een volk
op deze aarde hebben die niet alleen kunnen getuigen van hun God maar die pas
dan klaar zullen zijn om de hemelse gewesten binnen te trekken en gemeenschap
te hebben met de hemelse wezen om samen Gods naam te eren, loven en prijzen. De
keuze is aan ons, willen we Gods wet in ons binnenste?
Psalm
40: 8 Ik heb lust om uw wil te doen,
mijn God, uw wet is in mijn binnenste.
Jeremia 31: 31-40 Zie, de dagen komen, luidt het
woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw
verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten
heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden:
mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het
woord des Heren. Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël
sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun
binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en
zij zullen Mij tot een volk zijn. (…) Zie, de dagen komen, luidt het woord des
Heren, dat de stad voor de Here opgebouwd wordt, (…)die zal de Here heilig
zijn; er zal niet weer vernield en verwoest worden in eeuwigheid.
Deze eeuwige stad is er nog niet! Het oude Jeruzalem werd vernietigd, de
tempel is niet meer. Maar wij verwachten een nieuwe stad, met hoop en vreugde
in ons hart. Nooit zal er nog een model of schaduwbeeld zijn want Gods eigen
stad zal hier op deze aarde gevestigd worden en zal er bestendig zijn tot in
alle eeuwigheden.
Openbaring 21: 1-6 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel,
en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem,
nederdalende uit de hemel, van God,
getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide
stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij
hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij
zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch
rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn
voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle
dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en
waarachtig. En Hij sprak tot mij: Zij zijn geschied. Ik ben de alfa en de
omega, het begin en het einde. Ik zal de dorstige geven uit de bron van het
water des levens, om niet.
/12.jpg)
Hij, die deze dingen getuigt, zegt:
Ja, Ik kom spoedig.
Amen, kom, Here Jezus!
De genade van de Here Jezus zij met allen.
(Openbaring 22: 20)
|
|
|
|
|