De Sabbat; een overdenking van Genesis tot Openbaring.

 

 

Johan Vanbrabant

1) Het begin
2) De Messias verkeerd begrepen
3) Scheppen is meer dan knutselen en maken...
4) Zonde is een vies woord geworden
5) Liefde en wet
6) Alfa en omega; de sabbat in de toekomst
7) Appendices
7.1) Dit schrijven is een dwaasheid
7.2) De Messias, het addertje onder het gras ….
7.3) Samenhang tussen de wetten
7.4) De wetten van Mozes versus de wetten van God.
7.5) Het heiligdom
 

 

1) Het begin

 

Toen de aarde nog jong was, toen de mens de zonde nog niet kende, stelde God zelf een dag apart, en God gaf deze speciale dag zelfs een naam: Sabbat. Geen enkele andere dag heeft ooit een naam gekregen dan de zevende dag, de sabbatdag. Het eerste wat de mens deed nadat hij geschapen was, was dus Sabbat vieren. Geschapen op de zesde dag, begon bij het ondergaan van de zon de Sabbat.

 

Genesis 1: 2-3 Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht.

 

De Sabbat zou een eeuwigdurend teken worden, voor de mens, dat God schepper is. Door te stoppen met datgene te doen wat de mens voor zichzelf doet, zou hij op die dag niet alleen tijd maken voor God, maar nog veel belangrijker, God ook als Schepper gedenken. Indien de Sabbat als een boei in de woeste wateren van de stroom van de menselijke geschiedenis had blijven liggen dan was het schip van het menselijk denken nooit gestrand op de zandbank van het atheïsme en de evolutie theorie.

 

Exodus 20: 8-11  Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont. Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Here de sabbatdag en heiligde die.

Zoals God in hoogsteigen persoon bij de schepping, de sabbat heeft ingesteld, zo ook heeft God, opnieuw in hoogsteigen persoon op de Sinaï, het sabbatsgebod neergeschreven als een getuigenis, een monument in de tijd om de mens te herinneren aan zijn liefdevolle schepping door God.

 

Exodus 31:18  En Hij gaf aan Mozes, toen Hij geëindigd had met hem te spreken op de berg Sinai, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven  door de vinger Gods.

 

Deuteronomium 9:10  En de Here gaf mij de twee stenen tafelen, beschreven met de vinger Gods, waarop al de woorden stonden, die de Here op de berg tot u gesproken had uit het midden van het vuur, op de dag der samenkomst;

 

Exodus 24:12  De Here zeide tot Mozes: Klim op tot Mij, de berg op, en blijf daar, dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de wet en het gebod, die Ik opgeschreven heb, om hen te onderwijzen.

 

Het was Gods bedoeling dat de sabbat, als een gedenkteken en getuigenis van de schepping, naar al zijn (mensen)kinderen, zonder enige uitzondering, zou doorgaan. “Welzalig het mensenkind die acht geeft op de sabbat” (Jesaja56:1) Hierdoor zouden valse leerstellingen aangaande het ontstaan van het universum, de dieren, de planten en uiteindelijk ook de mens geen ingang vinden. Was dit gebeurd, dan zou veel kwaad nooit ontstaan zijn. Zo goed als alle andere verklaringen over het ontstaan van het universum en of het leven berusten op het geweld van de haat, de oorlog, de dood en vernietiging. Hoeveel “scheppingsverhalen” vinden hun oorsprong in een oorlog tussen goden. Hoeveel mythes beginnen met bloed en doden. Zelfs de wetenschap grijpt terug op een “leer van de dood”. In de evolutietheorie is het “recht van de sterkste” (Survival of the fittest) nog steeds een essentieel onderdeel, m.a.w. dood of wordt gedood. Dit is niet Gods wet. God is leven en liefde en hierbij is de sabbat een ode aan deze scheppingsliefde van God. Gods liefde concretiseerde zich in de schepping, en niet de dood zoals de mens het leert.

 

Jesaja 56:1-7 Zo zegt de Here: Onderhoudt het recht en doet gerechtigheid, want mijn heil staat gereed om te komen en mijn gerechtigheid om zich te openbaren. Welzalig de sterveling die dit doet, en het mensenkind dat daaraan vasthoudt; die acht geeft op de sabbat, zodat hij hem niet ontheiligt, en acht geeft op zijn hand, zodat zij niets kwaads doet. Laat dan de vreemdeling die zich bij de Here aansloot, niet zeggen: De Here zal mij zeker afzonderen van zijn volk; en laat de ontmande niet zeggen: Zie, ik ben een dorre boom. Want zo zegt de Here van de ontmanden, die mijn sabbatten onderhouden en verkiezen wat Mij behaagt en vasthouden aan mijn verbond: Ik geef hun in mijn huis en binnen mijn muren een gedenkteken en een naam, beter dan zonen en dochters; Ik geef hun een eeuwige naam, die niet uitgeroeid zal worden. En de vreemdelingen die zich bij de Here aansloten om Hem te dienen, en om de naam des Heren lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn, allen die de sabbat onderhouden, zodat zij hem niet ontheiligen, en die vasthouden aan mijn verbond: hen zal Ik brengen naar mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde bereiden in mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op mijn altaar, want mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken.

 

De sabbat is een uitnodiging om iedere keer weer terug te keren tot die scheppende God met Zijn rijke beloftes om ons opnieuw tot Schepper en Herschepper te zijn. Door de sabbat geeft God ons reeds de belofte van een eeuwig leven. We krijgen een “eeuwige naam” (Jes.56:1-7) Om zeker te zijn dat er geen misverstand zou kunnen ontstaan omtrent deze “eeuwige naam” die God ons geeft, want in kinderen, kleinkinderen en gans uw nageslacht zou uw naam ook “vereeuwigd” kunnen zijn, opdat het dus goed begrepen zou worden, breidt God ook deze zegen uit naar de “ontmande” en een ontmande verwekt geen kinderen. Toch zullen wij een naam krijgen nog beter dan zonen of dochters. Maar zelfs in het heden, hier en nu, op Sabbat, kunnen wij ophouden met onze bezigheden en ons verlustigen in de zegeningen Gods.

 

Jesaja 58: 13-14 Indien gij niet over de sabbat heenloopt door uw zaken te doen op mijn heilige dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de heilige dag des Heren van gewicht, en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan, dan zult gij u verlustigen in de Here en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des Heren heeft het gesproken.

 

De zonde heeft na Gods volmaakte schepping een vloek geworpen op deze wereld. We werden gescheiden van God en daardoor kunnen we Gods geschapen systeem niet meer begrijpen. Gelukkig is er een plan om van deze vloek van de zonde verlost te worden, het verlossingsplan waarin Jezus Christus, de Messias, onze geschonden relatie tot God opnieuw herstelt.

 

 

2) De Messias verkeerd begrepen.

 

Jezus Christus is naar deze wereld gekomen om de zonde weg te nemen. De vloek, de pijn, de schade, die wij allen veroorzaakt hebben door onze zonden, is door Hem gedragen NIET om onze rechtmatige straf kwijt te schelden, maar deze als plaatsvervanger te ondergaan.

 

Jesaja 53: 1-5 Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard? Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht. Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.

 

Openbaring 22:16  Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden, om u lieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de  wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.

 

Iemand die vele ziekten draagt, is daardoor een getekend man of vrouw. Zo ook Jezus Christus. Hij was niet een mooie mannelijke figuur met een verzorgde baard zoals vele illustraties ons willen doen geloven. Neen, Hij was als mens, een geplaagde, een man van smarten. Lichamelijk was Hij in die mate getekend, dat zijn tijdsgenoten Hem voor een geslagene van God zouden zien. Hij was iemand voor wie men het gezicht verbergt. Men wilde Hem niet kennen.

 

Het was Gods wens dat de blijde boodschap niet gevolgd zou worden omdat Jezus aanzien had. Noch door wereldse macht, noch door rijkdom, noch door lichamelijke schoonheid, maar alleen door de innerlijke schoonheid van de liefde en de bevrijdende boodschap van de herschepping van een zondig hart zou de mens ertoe moeten aanzetten Jezus te volgen. Alleen door de zuiverheid van een volmaakte boodschap zou Jezus discipelen tot Zich laten komen. De mensen die in Jezus tijd leefden hadden echter problemen met een dergelijke Messias. Hij voldeed niet aan hun beeld die zij van de Messias hadden.

 

De Joden verwachten een sterke Messias die het juk van de Romeinse overheersing zou breken en het koningschap zou opnemen. In plaats daarvan kregen ze een ziekelijk uitziende  en nederige dienaar van Nazareth. Zelfs in zijn eigen stad werd Hij niet erkend. Laat die man van smarten eerst zichzelf genezen, was hun antwoord op de woorden van zalving die de Schepper op de sabbatdag tot Zijn schepselen sprak toen Hij hun de schriften voorlas.

 

Lucas 4:14-19 En Jezus keerde in de kracht des Geestes terug naar Galilea. En de roep over Hem ging uit door de gehele streek. En Hij leerde in hun synagogen en werd door allen geprezen. En hij kwam te Nazaret, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. En Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is: De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren. Daarna sloot Hij het boek, gaf het aan de dienaar terug en ging zitten. En de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld. En allen betuigden hun instemming met Hem en verwonderden zich over de woorden van genade, die van zijn lippen kwamen en zij zeiden: Is dit niet de zoon van Jozef? En Hij zeide tot hen: Gij zult ongetwijfeld deze spreuk tot Mij zeggen: Geneesheer, genees Uzelf! Doe alle dingen, waarvan wij gehoord hebben, dat zij te Kafarnaum geschied zijn, ook hier, in uw vaderstad. Doch Hij zeide: Voorwaar, Ik zeg u, geen profeet is aangenaam in zijn vaderstad.

 

Zoals de sabbat de zegel en het sluitstuk van de schepping was, was het opnieuw op de heilige Sabbatdag dat Jezus de vervolmaking van het verlossingsplan openbaarde door de blijde boodschap in Jesaja te lezen. Op Sabbat openbaarde Jezus zich als de Messias. En wat deed het volk?

 

Lucas 4:28  En allen in de synagoge werden met toorn vervuld, toen zij dit hoorden. Zij stonden op en wierpen Hem de stad uit en voerden Hem tot aan de rand van de berg, waarop hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte te storten.

 

Hij voldeed niet aan hun beeld die zij van de Messias hadden. Hij voldeed niet aan hun traditie. Hij voldeed niet aan hun nationale trots. Hij moest uit de weg geruimd worden, Hij moest tot zwijgen gebracht worden. Brengen wij soms ook niet de stem van de Messias in ons hart tot zwijgen? Omdat opnieuw niet aan onze, menselijke, verlangens, traditie en Christelijke trots is voldaan? Jezus moest vertrekken uit Nazareth. Zijn zegeningen werden afgewezen, maar Hij ging ze nu brengen naar een andere stad. Opnieuw openbaarde Hij zijn leer en liefde op de Sabbatdag.

 

En hij daalde af naar Kafarnaum, een stad in Galilea, en Hij leerde hen geregeld op de sabbat. En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag.

 

 

3) Scheppen is meer dan knutselen en maken….

 

Schepping, reikt veel verder dan wij ons realiseren. Scheppen kan enkel door God. Als het avond is kan ik met een gerust geweten in bed stappen. Morgen zal de zuurstof in de lucht mij niet verstikken. Brood zal nog voedzaam zijn en het vuur in de kachel zal mijn huis verwarmen en niet afkoelen. Deze fundamentele wetten zijn zo zeker dat we er in bijna alle gevallen gewoon aan voorbij gaan. We vinden het zo vanzelfsprekend, dat we er gewoonweg niet meer bij blijven stilstaan. Het is toch normaal dat lucht adembaar blijft, of niet soms. Je bent idioot je af te vragen of morgen de zwaartekracht nog werkzaam zal zijn zodat je niet tegen het plafond van je slaapkamer wakker wordt.

 

Toen God de hemel en de aarde schiep, schiep Hij ook de natuurwetten, ja zelfs de tijd heeft God geschapen. Ook tijd is niet zo vanzelfsprekend als wij mensen wel denken. Verander één klein onooglijk iets of een jota aan Gods (natuur)wetten, en alles moet veranderen, de wiskunde, de fysica, chemie, … omdat alle wetten met elkaar interageren. De grote wet of theorie van de unificatie waar wetenschappers naar op zoek zijn alsof het de graal betreft,  bestaat omdat alles uit éénzelfde Geest werd geschapen en alles wordt nog steeds door éénzelfde wordt God gedragen. Daarom zei Christus dan ook duidelijk:

 

Matteüs 5:17-19 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.

 

Lucas 16:16-17  De wet en de profeten gaan tot Johannes; sinds die tijd wordt het evangelie gepredikt van het Koninkrijk Gods en ieder dringt zich erin. Gemakkelijker zouden hemel en aarde vergaan, dan dat er van de wet een titel zou vallen.

 

Deze woorden van Jezus strekken veel verder dan wat de Joden toen konden beseffen en Zijn woorden omvatten meer dan wat wij nu met onze kennis van de 21ste eeuw kunnen bevatten. Vroeger had men de neiging de bijbel in alles te letterlijk te nemen, maar nu is er een omgekeerde kwaal die wortel geschoten heeft in het denken van vele Christenen. Alles wordt teveel vergeestelijkt. Meer en meer worden de banden naar de feitelijke natuur (schepping) verbroken en worden deze zo veel mogelijk vermeden. Verblind door de zonde zien we het evidente niet meer, “ziende zien we niet meer” Matteüs 13:13. Er is echter geen grens tussen ware wetenschap en oprecht geloof, alles komt namelijk uit dezelfde scheppende hand en zowel de natuur als de bijbel zijn een openbaring van God.

 

Romeinen 1:18-25  Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.

 

In feite omschrijft de apostel Paulus de Evolutie theorie: “zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren.”. Maar wat nog opmerkelijker is, is de duidelijke stellingname dat niet alleen God zich in de natuur openbaart of Zijn bestaan laat kennen, zelfs Zijn “eeuwige kracht en goddelijkheid” worden door de natuur geopenbaard. Om dit te zien heb je “verstand” nodig.

 

God is niet eeuwig, God is mèèr dan eeuwig. Hij bestond voor tijd zelfs maar bestond. Dit maakt dat ook tijd een natuurlijk en geschapen gegeven is. Zoals God allereerst begon met de tijd te scheppen, was het allerlaatste wat God tijdens de schepping deed, tijd apart zetten. Hij schiep de Sabbat tot een verlustiging van de mens. De Sabbat was het sluitstuk van de schepping. De sabbat is de unificatie van alle onderliggende wetten, de Sabbat is het zegel op de schepping, het handteken van God om te zeggen dat alles zijn goedkeuring wegdraagt.

 

 

Genesis 1:31, 2:1-3 En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer. Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had.En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht.

 

Psalm 19:7 De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.

 

Omdat Gods wetten goed en volmaakt zijn, kunnen deze niet veranderen. Iets wat God goed en volmaakt noemt veranderen, maakt van God een leugenaar, want wat verbeterd of veranderd kan worden is niet volmaakt. Daarom is er bij God ook geen verandering of ommekeer merkbaar. God is niet zoals een mens die van gedacht verandert ondanks het feit dat Hij zich wel in Zijn liefde aanpast aan de mens.

 

Jacobus 1:17-18  Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer. Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen.

 

Nu omdat de wet wel volmaakt is en daardoor onveranderlijk, dan kan ik waarlijk als de psalmist zeggen;” …,ik verlustig mij in uw wet” Psalm 119:70. Omdat Gods wet een wet van liefde is kan ik mij verlustigen en dit kan ik ook in andere dingen ervaren naast de sabbat. Iedere dag weer is er iets nieuws te ontdekken, te bewonderen te zien, te ervaren.

 

Terwijl ik deze teksten neerschrijf zie ik hier in mijn kamer de tedere schoonheid van de bladen van een amaryllis die zich ontvouwen. Door een complex samenspel van fysische, chemisch en biologische wetten, kan deze plant groeien en bloeien. Doorheen mijn lichaam kan ik genieten van de schoonheid van deze bloem.  

 

Deze bloem wordt uiteindelijk in mijn geest waargenomen en geeft mij een weldadige gewaarwording. Dan kan ik oprecht Gods wetten een verlustiging noemen. En als ik morgen de bloem zal bekijken, dan zal zij nog steeds diep rood zijn en aangenaam om naar te kijken. Gelukkig veranderd God zijn wetten niet. Dit dringt mij God te loven voor de schoonheid in de schepping door de harmonie en strikte orde van zovele wetten waarvan ik slechts een heel klein deel begrijp. Het moet tot ons besef doordringen “dat God geen God  is van wanorde, maar van vrede.” (1 Corinthe 14:33).

 

Laten we dan als kinderen blij zijn zoals Jezus blij was en zien wat God ons wil tonen: “ Terzelfder tijd verblijdde Hij Zich door de Heilige Geest en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.  Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader, en wie de Vader is, dan de Zoon, en wie de Zoon het wil openbaren. En Zich afzonderlijk tot de discipelen wendende, zeide Hij: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet.” (Lucas 10: 21-23 – Matteüs 11:25). Als we willen zien, dan moeten we leren als Christenen onze paardebril af te zetten en opnieuw God benaderen zoals een kind het leven benadert. Laten we de woorden van Jezus opnieuw tot de onze maken. Wat is het grootste gegeven, het grootste gebod?

 

Matteüs 22:36-40 Meester, wat is het grote gebod in de wet? Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.

 

Jezus verbindt hier de liefde met de wet. Zoals reeds voordien bleek zijn liefde en wetmatigheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder een duidelijk systeem (wetmatigheden) zou de liefde nooit tot uitdrukking kunnen komen. Wanneer twee mensen verliefd worden op elkaar dan vloeit daar automatisch uit voort dat een aantal zaken en afspraken zullen nageleefd worden en dat een aantal andere zaken zullen nagelaten worden. Zonder deze structuur wordt liefde ongedefinieerd en bijgevolg onbestaande.

 

Gods liefde wordt uitgedrukt in het universum. Zonder de orde van wetmatigheden zou er nooit orde en harmonie kunnen heersen in het heelal. Zonder deze wetmatigheden zou God dan ook nooit Zijn liefde kunnen openbaren of uitdrukken. Mensen die de wet verachten, verachten God. Wie God veracht, zal door God zelf uitgeworpen worden. Zelfs al doen ze wat recht schijnt in de ogen van mensen, God die het hart doorgrond weet hoe zij tegenover zijn wet(ten) staan.

 

Spreuken 14:12, 16:25  Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.

Spreuken 21:2  Elke weg van een mens is recht in zijn ogen, maar de Here beproeft de harten.

 

Jezus wilde niet alleen dit grote verband tussen liefde en wetmatigheid aantonen in de bergrede, maar ook hoe verstrekkend dit verband wel is. Jezus gaat duidelijk het verband leggen tussen de wet, het hart van de mens en het doen van de wil van God. Gehoorzaamheid aan de Vader en Zijn wil maakt mensen tot ware Christenen en volgelingen van Hem, want Jezus kwam om de Vader te openbaren. Mensen die de wet na hun bekering naast zich neerleggen doen niet de wil van Zijn Vader, zij zijn m.a.w. wetteloos en zullen door Jezus zelf uitgeworpen worden.

 

Matteüs 7:21-23 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.

 

Het was Gods wil om juist na de Schepping de Sabbat in te stellen, dit gebeurde nog voor er zelfs sprake was van de zonde. En God zag dat het goed was, ja het was zelfs zeer goed. Dit gebeurde lang voordat er zelfs maar van enig volk sprake was op de aarde, lang voor de Joden als volk bestonden. Het is dan ook duidelijk dat wanneer God naar de Sinaï afdaalde, het Sabbatsgebod opnieuw door God zelf in Zijn wet neergeschreven werd, ter herinnering aan Zijn eerste handeling met het eerste mensenpaar. Daarom begint dit gebod dan ook duidelijk met “GEDENK” en niet “gij zult”. Je kan door dit openingswoord zelfs moeilijk van een gebod spreken. Het is een woord van God, een wens van de almachtige dat door het vieren van de Sabbat  we Hem als Schepper gedenken en dat het ons daardoor goed mag gaan.

 

Eén vraag wordt bijgevolg fundamenteel, een vraag die iedere Christen zichzelf moet stellen in het licht van de bergrede van Jezus: zullen wij werkers van wetteloosheid worden?  

Zoals de Sabbat het sluitstuk was van de schepping, de laatste wet van God toen Hij geëindigd had met scheppen, zo zal het verdwijnen van de sabbat langzaam maar zeker alle onderliggende wetten onderuithalen en leiden tot wanorde en uiteindelijk tot de ondergang van het systeem (de schepping). Als de eerste dominosteen valt, het verwaarlozen van de Sabbat, dan zal de volgende dominosteen vallen, God erkennen als schepper. Langzaam maar zeker zal dan het verval of de vloek der zonde verdergaan. De geschiedenis heeft dit overduidelijk bewezen. Zelfs al vervang je de sabbat door de zondag of vier je geen enkele of alle dagen als heilig, zo weinig als de sabbat vandaag nog gevierd wordt, zo weinig mensen geloven nog in een scheppende God die het eerste mensenpaar in Eden heeft geplaatst. De deur wordt wagenwijd opengezet voor alle mogelijke dwaalleringen met alle nefaste gevolgen vandien omdat zoals reeds voordien reeds werd gesteld, alle andere leerstellingen de dood aanvaarden als een natuurlijk en normaal gegeven. Dat is niet zo. Dood is een anomalie, een onding, een onnatuurlijke zaak die niet thuishoort in een volmaakte schepping. Zonde zorgde dat de dood zijn oorsprong vond in het menselijke ras. God had zoveel liefde voor de mens, dat Hij zelfs de mens de vrijheid gaf om te kiezen om te stoppen met leven. Om neen te zeggen tegen God en zijn systeem. En de mens zei neen en zondigde.

 

 

4) Zonde is een vies woord geworden

 

De eerste geboden die overtreden worden zijn de Goddelijke geboden of de eerste vier geboden van de decaloog. Vroeg of laat zullen nadien de volgende zes of menselijke geboden van de decaloog nagelaten worden. Tenslotte gaat men ook de laatste groep van wetten overtreden, de biologische, fysische en  chemische wetten. Mensen worden onmatig, nemen drugs, ze gaan m.a.w. hun lichaam en de natuur niet meer respecteren met alle nare gevolgen vandien. Wie één gebod overtreedt zal vroeg of laat alle andere ook overtreden.

 

Jacobus 2: 9-10 Doch indien gij met aanzien des persoons handelt, doet gij zonde en wordt gij door dewet overtuigd van overtreding. Want wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden.

De wet is de maatstaf om te weten wat verkeerd is. Het is de wet die ons onze eigen zonden doet kennen. Dit wordt niet in dank afgenomen door een zondig hart dat opstandig is tegen God. De wet (decaloog) redt bijgevolg niet, maar ze doet wel de zonde kennen en veroordeelt deze.

 

Romeinen 3:20  daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.

 

Romeinen 7:7  Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; …

 

Het gebrek aan zondebesef doet afbreuk aan de verlossing door Christus. Voordat we volledig op Jezus Christus kunnen steunen voor onze redding, moeten we eerst ten volle beseffen wat zonde is en hoe zondig we zijn. De Jood hield de wet, maar besefte ook niet ten volle wat  zonde was. Ook beseft de mens niet dat God in zijn systeem de zonde niet kan toelaten omdat op deze manier de ene wet na de andere zal moeten worden aangepast wat zal leiden tot chaos. En zoals de bijbel het stelt, in wanorde is geen vrede. (I Corinthe 14:33) God veroordeelt de zonde en zal deze uiteindelijk volledig uitdelgen of vernietigen. Ofwel zal de mens zijn eigen zonde dragen en sterven, ofwel heeft Christus in de plaats van deze mens zijn zonde gedragen en heeft daarvoor ook de ultieme straf ontvangen, namelijk de dood. Hierdoor kan de mens, die zich op Jezus beroept, het eeuwig leven ontvangen.

 

God is rechtvaardig want God is gerechtigheid. Op deze manier is Gods rechtvaardigheid volmaakt want er is voldaan aan de wet der zonde. Ook hier blijft deze wet spijkerhard bestaan: het loon van de zonde is de dood. (Romeinen 6:23) Bij overtreding van Gods wetten moet de boete betaald worden en die wordt hoe dan ook betaald. Maar ook zijn liefde is volmaakt. Iedereen kan vrijelijk naar God toegaan opdat deze boete betaald kan worden door het bloed van Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Of u uw boete al dan niet zelf betaald hangt volledig van uzelf af. Neemt u de losprijs aan of verwerpt u Gods volmaakte geschenk.

 

Mattheüs 5:6 Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

 

Psalm 68:19-21  Geprezen zij de Here. Dag aan dag draagt Hij ons; die God is ons heil. Die God is ons een God van uitreddingen, bij de Here Here zijn uitkomsten tegen de dood. Waarlijk, God verplettert het hoofd van zijn vijanden, de harige schedel van wie volhardt in zijn schuldige daden.

 

Psalm 69:5  O God, Gij kent mijn verdwaasdheid, mijn schuldige daden zijn voor U niet verborgen.

 

Exodus 34: 5-7 En de Here daalde neder in een wolk, stelde Zich daar bij hem en riep de naam des Heren uit. De Here ging aan hem voorbij en riep: Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.

 

Zonde is niet zich moe voelen of depressief zijn, het ook is niet die ongedefinieerde manier van u ongelukkig voelen met de wandaden van de mensheid. Zonden zijn uw persoonlijke fouten die je eigenlijk niet wil of kan opgeven omdat zonde slavernij is, slavernij aan een opstand tegen uw lichaam, tegen uw medemensen en of tegen God. Zonde is door generatie lange degeneratie in ons wezen gedrukt op een manier die ons verstand te boven gaat.

 

Romeinen 3: 10-12  gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet een, er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt; allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet een.

Johannes 8:31-34 Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken. Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt Gij dan: gij zult vrij worden? Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde.

 

De bergrede van Jezus ontvouwt dit op een manier waarbij Jezus aantoont hoe diep de zonde geworteld zit in ons denken doen en laten.

 

Mattheüs 5:20-24  Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur. Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, voor het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave.

 

(…) 27-28 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.

 

(…) 37  Laat het ja, dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze.

 

Wiens ja is er nog waarlijk ja vandaag. Wie zal nog zijn woord doen stand houden zelfs als het hem of haar (geld) kost. Veel Christenen kennen van de bergrede alleen maar de opening van de rede, namelijk de eerste 12 verzen, maar de bergrede van Jezus loopt van Mattheüs 5:1 tot 8:1. De bergrede vangt aan in hoofdstuk 5 met vers 1 door te stellen dat Jezus de berg opging, pas in hoofdstuk 8 vers 1 wordt er gezegd dat Jezus opnieuw van de berg afdaalt.  In diezelfde bergrede stelt Jezus heel duidelijk dat Hij de wet NIET ontbindt (Matteüs 5:17), en dat er vele mensen bidden in Zijn naam, maar zelfs deze zal Hij verwerpen omdat zij “werkers der WETTELOOSHEID zijn” (Matteüs 7:23).

 

Gelukkig heeft Jezus onze redding bewerkt, echter zonder de wet teniet te doen of deze af te schaffen. Ook niet de wet der zonde. Door zich onder de wet te plaatsen en ze te (onder)houden heeft Hij de wet niet afgeschaft maar ze veeleer bevestigd. Bovendien werd de wet een wet van vrijheid. “…Spreekt zo en handelt zo als mensen past, die door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden.” (Jacobus 2: 10-12)

 

Voordat Jezus ons  de redding in Zijn genade bracht, waren wij slaven der zonde. Verslaafd aan het doen van onze opstandige wil, tegen de wil van God in. Door de zonde zijn we kinderen des doods geworden. Ook hier begrijpen veel Christenen de consequentie niet van het Bijbelse woord. Een mens sterft niet omdat hij oud wordt. Een mens begint met te sterven omdat hij zondigde en nog steeds zondigt. Ook hier heeft de evolutietheorie een vals beeld binnengebracht in het Christelijk denken. Oud worden en sterven ligt niet in onze genen, neen, het sterven is het loon van de zonde. Daarom zal de wetenschap er nooit in slagen de mensen een zeer lang leven te geven. Er is meer in het spel dan enkel de wetten van chemie, biologie en fysica. De Goddelijke wetten laten zich ook gelden. Adam en Eva waren voorwaardelijk onsterfelijk. Zolang ze niet tegen God in opstand zouden komen, dan was eeuwig leven hun deel. Maar hun opstand of zonde leidde tot de dood. God had hen duidelijk op voorhand gewaarschuwd.

 

Genesis 2: 16-17 En de Here God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.

 

Romeinen 6:23  Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.

 

Galaten 4: 4-7  Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen. En, dat gij zonen zijt, God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door God.

 

Johannes 8:34  Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde.

 

Romeinen 6:6  dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn;

 

Romeinen 6:16  Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven , hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?

 

Romeinen 6:17  Maar Gode zij dank: gij waart slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is;

 

Jacobus 1: 21-25  Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden. En weest daders des woords en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden. Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt;want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.

 

Jacobus 2:12  Spreekt zo en handelt zo als mensen past, die door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden.

 

De slavernij der zonde is machtig. Bij slavernij of verslaving denken men te snel aan drugs, maar iedereen is verslaafd aan zonde. Slechts weinig mensen laten zich op hun fouten wijzen en slechts weinig mensen beseffen dat ook TV, luiheid, geld, lust, woede, wraak en ga zo maar door, een verslaving kan zijn, of meer bijbels uitgedrukt, een slavernij der zonde is.

 

Het is de wet die de zonde doet kennen. Wie de zonde doet is slaaf van de zonde. Het loon van de zonde is de dood. Christus nam de straf op zich om ons vrij te kopen van deze vloek, de vloek van de slavernij aan de zonde. Hierdoor werd de wet in ons hersteld in zijn volmaaktheid en werd de wet weer een wet van vrijheid. Wanneer gezegd wordt dat Jezus waarlijk vrij maakt, dan wordt er naar de bevrijding van de slavernij der zonde verwezen en niet naar het afschaffen van de wet (decaloog en onderliggende wetten). De wet zal ons tonen of we ware volgelingen van Jezus zijn want de wet doet de zonde kennen. De wet is niet veranderd want zij was en is volmaakt. Wij zijn veranderd. Wij zijn namelijk bekeerd. En dat is het grootste wonder dat de Here in ons hart kan bewerken.

 

Lucas 5:23-26  Wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel?  Maar, opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven, zeide Hij tot de verlamde: Tot u zeg Ik, sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis. En onmiddellijk stond hij voor hun ogen op, nam hetgeen, waar hij op gelegen had, mede en ging naar zijn huis, God verheerlijkende. En ontzetting beving allen en zij verheerlijkten God, en werden met vrees vervuld, zeggende: Wij hebben heden ongelooflijke dingen gezien.

 

Veel mensen worden verblind door het uiterlijke. Het opstaan van een verlamde die opnieuw kan wandelen spreekt tot de verbeelding. Wonderen liggen goed in de markt. Maar wat was er nu gemakkelijker? Die man doen wandelen, of zijn zonden vergeven?

 

Het afschaffen van een wet veroorzaakt problemen want het vasthouden aan een wet is de borg van vrijheid. Het rijden met een auto heeft normaal de bedoeling om ons op een veilige manier van punt A naar punt B te brengen. Indien iedereen nauwgezet het verkeersregelment houdt dan is de kans dat we levend aankomen in punt B het grootst. Het naleven van regels geeft ons bijgevolg de vrijheid ons te verplaatsen naar ons doel en de zekerheid om aan te komen in punt B. Als iedereen de wetten (verkeersregels) aan zijn laars lapt dan geldt de wet van de sterkste zodat de kans dat ik heelhuids in punt B aankom klein wordt.

 

 

5) Liefde en Wet

 

 

Enige tijd geleden had ik een gesprek met een atheïst. Hij vond de 10 geboden uitermate oubollig. Hij vond het dan ook dwaas dat er in deze tijd nog mensen waren die ook maar één gebod nog aux sérieux namen. Hij vond het gebod aan gaande het feit dat je andermans vrouw niet mag begeren uiterst leuk om aan te tonen hoe passé deze geboden wel waren. Tijd is echter een goede leermeester. Na een aantal jaar leerde hij een vrouw kennen waaraan hij zijn hart verpande. Hij verklaarde haar zijn liefde. Op een avond toen hij naar haar toeging, vroeg ik hem het volgende. “Stel, je belt deze avond aan en een man komt net buiten. De manier waarop ze van elkaar afscheidt nemen laat duidelijk zien dat hun verstandhouding meer is dan alleen maar vriendschap. Hoe zou je u dan voelen?” Zijn antwoord kwam prompt: “Verraden”. Ik vroeg hem daarna hoeveel vrouwen hij reeds bemind had gedurende de tijd dat hij met zijn geliefde ging. Verontwaardigd antwoorden hij snel en duidelijk; “geen enkele, ik hou echt van haar.” Toen veranderde zijn gelaatsuitdrukking omdat hij begreep, zonder dat ik nog een woord hoefde te zeggen. Gij zult andermans vrouw niet begeren. Het is geen gebod, maar je doet het uit liefde.

 

God gebruikt het huwelijk meermaals om aan te tonen hoe de relatie van de gelovige tot God kan zijn, namelijk een relatie als die van minnaars. Ontrouw en hoererij wijzen op het aantasten van uw relatie tot God. Liefde vraagt een uiting die duidelijk en ondubbelzinnig is. Deze is m.a.w.  gedefinieerd. Wat in een definitie kan gegoten worden leidt tot een wet en een wet leidt tot wetmatigheid. Liefde en wet zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat je bemint zal je op een bepaalde manier benaderen. Je zal bepaalde dingen doen en andere nalaten te doen.

 

I Johannes 5:2-4  Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen. Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar, want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons geloof.

 

I Johannes 3: 21-24  Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God, en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht. En dit is zijn gebod: dat wij geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkander liefhebben, gelijk Hij ons geboden heeft. En wie zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft: aan de Geest, die Hij ons gegeven heeft.

 

I Johannes 3: 6  Een ieder, die in Hem blijft, zondigt niet; een ieder, die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend.

 

Het is wel nodig op te merken dat er aan de 10 geboden, die Jezus zelf heeft gegeven op de stenen tafelen aan Mozes,  het gebod van liefde werd toegevoegd tijdens het laatste avondmaal alhoewel dit gebod eigenlijk toch niet zo nieuw was. Alleen voor de discipelen was het blijkbaar zeer nieuw.

 

Johannes 13:34  Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.

 

Op een duidelijke manier koppelt Johannes liefde, wet en schepping aan elkaar. Het liefdesgebod was geen nieuw gebod maar een gebod van in den beginne.

 

I Johannes 2:3-7 En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld heeft. Geliefden, ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt. Dit oude gebod is het woord, dat gij gehoord hebt.

 

2 Johannes 1:5  En nu vraag ik u, vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod zou schrijven, maar hetgeen wij van den beginne gehad hebben: dat wij elkander liefhebben.

 

Zaccharia 7:9  zo zegt de Here der heerscharen: spreekt eerlijk recht en bewijst elkander liefde en barmhartigheid;

 

Leviticus 19:18  Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de Here.

 

 

Spreuken 3:1-6 Mijn zoon, vergeet mijn onderwijzing niet en uw hart beware mijn geboden,  want lengte van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen. Dat liefde en trouw u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart, dan zult gij genegenheid en goedkeuring verwerven in de ogen van God en mensen. Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.

 

 

Deuteronomium 10:17-19  Want de Here, uw God, is de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God, die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt; die wees en weduwe recht doet en de vreemdeling liefde bewijst door hem brood en kleding te geven. Daarom zult gij de vreemdeling liefde bewijzen, want vreemdelingen zijt gij geweest in het land Egypte.

 

Spreuken 10:12  Haat verwekt krakelen, maar liefde bedekt alle overtredingen.

 

Spreuken 14:22  Zullen de bewerkers van het kwade niet dwalen? Doch liefde en trouw zijn voor de bewerkers van het goede.

 

Hosea 6:6  Want in liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer, in kennis van God en niet in brandoffers.

 

 

Opnieuw bewijst de bijbel dat datgene wat wij nieuw noemen eigenlijk niet nieuw is. Het was alleen maar nieuw omdat de mens het vergeten was, niet omdat God het nog nooit gezegd had.

 

Prediker 1:9  Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.

Gods wet is volmaakt, Gods liefde is volmaakt, beide zijn onveranderlijk en volmaakt. Daarom leert de apostel Johannes dat;

 

1 Johannes 3: 3-7 En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren.Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld heeft.Geliefden, ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt. Dit oude gebod is het woord, dat gij gehoord hebt.

 

Genesis 1:1  In den beginne schiep God de hemel en de aarde.

 

Johannes 1:1-2 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God.

 

En zo is de cirkel weer rond, begin ontmoet einde, alfa ontmoet omega. Zoals het was zal het weer zijn. God in alles en allen in God. Daarom verstaan we nu nog beter de bergrede wanneer de apostel Matteüs afsluit met volgende woorden:

 

Mattheüs 5:48  Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.

 

Wij kunnen geen volmaakte mensen zijn. Onze kennis zal steeds te kort schieten tegenover God ze zal dus nooit volmaakt zijn, ons bestaan zal steeds beperkt zijn in ruimte en tijd m.a.w. ook niet volmaakt. Ook onze woorden en ons uitdrukken zal nooit volmaakt zijn. Maar wat bedoelde Matteüs dan?

 

Iets dat volmaakt is, is vol(ge)maakt. Iets dat vol is, kan niet meer bijgevuld worden. Daarom is het volmaakt afgewerkt, het is volledig af. Alles wat er nu nog zou aan toegevoegd zou kunnen worden is teveel. Volmaakt op zich, staat nergens in de bijbel te lezen. Het wordt steeds met een gegeven verbonden zodat we kunnen weten wat er volmaakt is. Indien dit niet zo zou zijn dan ware de mens volmaakt, maar dat is alleen God in Zijn totaliteit. Wij kunnen in bepaalde aspecten volmaakt zijn maar zullen het nooit zijn in alles. Zodoende wordt een schijnbare tegenstelling heel begrijpelijk wanneer Paulus zegt:

 

Filipenzen 3:12-16  Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ik ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar een ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren; maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook verder!

 

Het eerste handelt over de opstanding uit de doden en het opstandingslichaam. “Dit alles om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn”, m.a.w. Paulus heeft dit nog niet verkregen en is dus op dat vlak nog niet “afgewerkt” of volmaakt, maar hij jaagt ernaar. Het tweede handelt over het volmaakt zijn in Christus, m.a.w. de redding door Jezus. Die is wel volmaakt of afgewerkt. Er moet niets meer aan toegevoegd worden. De redding, bewerkstelligd door Jezus, voor ons is volledig af toen de Heiland zei:”Het is volbracht”. Zodoende kunnen we de passage van Matteüs in het licht van het antwoord dat Johannes geeft beter begrijpen:

 

1 Johannes 2:5  maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn.

 

1 Johannes 4:12  Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, blijft God in ons en zijn liefde is in ons volmaakt geworden.

 

1 Johannes 4:17  Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld.

 

1 Johannes 4:18  Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.

 

God doet ons dus een rijke belofte: wij kunnen hier reeds volmaakt zijn, op deze aarde. Door Gods liefde door te geven aan onze medemensen, worden we volmaakt gemaakt in diezelfde liefde. Johannes geeft ieder van ons zijn liefde door Christus en daarom noemt hij ons;

 

1 Johannes 2:1  Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige;

 

1 Johannes 4:4  Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is.

 

1 Johannes 2:12  Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om zijns Naams wil.

 

1 Johannes 2:28  En nu, kinderkens, blijft in Hem, opdat wij, als Hij zal geopenbaard worden, vrijmoedigheid hebben en voor Hem niet beschaamd staan bij zijn komst.

 

 

Daar de liefde van Johannes ook zijn oorsprong in Christus vond, sprak hij slechts de woorden die hij van Christus geleerd had.

 

Johannes 13:33  Kinderkens, nog een korte tijd ben Ik bij u; gij zult Mij zoeken en, gelijk Ik de Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen, zo spreek Ik thans ook tot u.

 

Maar deze uitdrukking gebruikt Jezus met een duidelijk doel, laten we geen lichtgelovige Christenen met een paardebril zijn, maar laten we kinderkens zijn zoals Jezus wenst dat we zouden zijn. Kinderen die de schoonheid van Gods systeem en wetten niet alleen zien maar ook dagdagelijks ervaren. Kinderen die met onschuldige verwondering bij de Vader gaan zitten om geleerd te worden in Gods wetten.

 

Mattheüs 11:25  Te dien tijde hief Jezus aan en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard.

 

Lucas 10:21  Terzelfder tijd verblijdde Hij Zich door de Heilige Geest en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.

 

Bent u (reeds) bereidt om geleerd te worden door de grootste leraar aller tijden; Jezus Christus?

 

 

 

6) Alfa en omega; de sabbat in de toekomst

 

Gods wet leert de zonde kennen en het loon van de zonde is de dood. Dit is de wet van de zonde of ook wel de wet van de dood. Christus overwon de dood, door de wet tot op de letter te volgen. Hij nam onze zonden op zich en omdat het loon van de zonde de dood is, kon Jezus dit enkel doen door te sterven. Maar Christus is niet alleen schepper, Hij is ook Herschepper. God begon met scheppen en stelde als sluitstuk de sabbat in. “In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” (Genesis 1:1)

 

Nu wil God ons en rein hart scheppen, in overeenstemming met Zijn wil opdat wij “de wil des Vaders” zouden kunnen doen en zodoende niet “wetteloos” zijn. “Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest;” (Psalmen 51:10 ) Het scheppen van een nieuw hart wordt reeds in het oude testament, met volgende uitspraak, gekoppeld aan de doop.

 

Ezechiël 36: 25,26 Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven.

 

Maar uiteindelijk zal God nog verder gaan, naar een verheerlijkt lichaam….

 

I Corinthe 15:51-56 Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.  En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning.  Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet.

 

En een verheerlijkt lichaam vraagt nog meer, God zal dan ook een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen, m.a.w. een gans nieuw universum zal gecreëerd worden.

 

Jesaja 65:17  Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen.

Openbaring 3:12  Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam.

Openbaring 21:1,2  En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.

 

Omdat bij de schepping de sabbat door God, als scheppingsteken, werd ingesteld,

Omdat Gods woorden en wetten volmaakt zijn,

Omdat er Bij God geen verandering of ommekeer is,

Omdat God zag dat alles goed was, ja het was zelfs zeer goed,

Omdat God liefde is,

Daarom wordt ook in de nieuwe schepping de sabbat gevierd!

 

 

Jesaja 66:20-23  En zij zullen al uw broeders brengen uit alle volken als een offer voor de Here; op paarden en op wagens, op draagstoelen; op muildieren en op snelle kamelen, naar mijn heilige berg, naar Jeruzalem, zegt de Here, zoals de Israelieten het offer in rein vaatwerk naar het huis des Heren brengen. En ook uit hen zal Ik er nemen tot priesters, tot Levieten, zegt de Here. Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor mijn aangezicht zullen blijven bestaan, luidt het woord des Heren, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan. En het zal geschieden van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor mijn aangezicht neer te buigen, zegt de Here.

 

Wij zijn dat priesterlijk volk zegt Petrus:

 

I Petrus 2: 9,10  Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.

 

Openbaring 21:5  En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.

 

Prediker 1:9  Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.

 

God maakt alle dingen weer nieuw die voordien bezoedeld zijn geweest door de zonde. Alles wordt hersteld. Ook de sabbat. God zal alles vernieuwen opdat er opnieuw vrede en harmonie zou kunnen heersen in het universum.

 

Psalm 104: 30,31  zendt Gij uw Geest uit, zij worden geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat van de aardbodem. De heerlijkheid des Heren zij tot in eeuwigheid, de Here verheuge Zich over zijn werken.

 

I Corinthe 15:54-57  En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.

Tekstvak: Het volmaakte einde, de wet der zonde bevestigd in het eeuwig leven.

Het loon van de zonde is de dood, de wet doet de zonde kennen. Door het offer van Jezus Christus werd er voldaan aan de wet der zonde. Het sterven van Jezus illustreert hoe onvergankelijk Gods wetten zijn. God veranderd zijn wetten niet zelfs ten koste van zijn eigen Zoon. Indien Gods wetten veranderd zouden kunnen worden na de dood van Jezus, dan had evenzogoed de wet kunnen veranderen worden voor de dood van Zijn geliefde Zoon. Dan was het sterven van Jezus niet nodig geweest. Jezus kwam niet om af te schaffen of te veranderen,  Jezus kwam om de wet “veeleer te bevestigen”. Uiteindelijk kan dan ook de zondaar terug uit de doden geroepen worden, niet omdat de wet van de dood is veranderd, maar omdat er aan deze wet is voldaan door het bloed van de heiland.

 

I Corinthe 15:26  De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood,

 

Zo zullen uiteindelijk de herschapen mensen, Gods wetten zullen volbrengen, van sabbat tot sabbat, zullen zij dan ook niet meer zondigen. Niemand in de nieuwe wereld zal nog willen  zondigen zodat zij door de wet der zonde het eeuwige leven zullen kennen. Het loon van de zonde is de dood, het loon van NIET zonde is NIET dood, m.a.w. het eeuwige leven. Zo blijkt opnieuw hoe volmaakt Gods wetten zijn.

 

Jeremia 31:31-34  Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des Heren. Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.  Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Here: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.

 

Psalmen 19:7  De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.

 


7) Appendices.

 

Naast voorgaande studies wil ik aan de hand van deze appendices nog een aantal zaken hetzij verduidelijken hetzij onder de aandacht brengen. In wezen is elk van deze appendices voldoende om een studie op zichzelf te zijn van vele bladzijden lang. Echter om dit document in te korten en binnen een aanvaardbare lengte te houden, heb ik mij beperkt tot het wellicht te oppervlakkig aanraken van deze punten.

 

7.1 Dit schrijven is een dwaasheid.

 

Heel wat Christenen verlangen Goddelijke openbaring aangaande de sabbat opdat zij zouden kunnen weten of deze dag nu wel of niet geheiligd moet worden. Anderen vragen zich af of het de zondag is en nog anderen willen weten of men vrijelijk iedere dag van de week kan kiezen om die te “heiligen”. Vele mensen bidden om licht tot God, aangaande het sabbatsvraagstuk. De vraag moet eigenlijk anders belicht of gesteld worden wil men tot een sluitend antwoord komen. Wat wilt u of wat is volgens u Goddelijke openbaring? Is dit een emotionele gewaarwording? Een engel die tot u komt spreken? Of kan het ook de kennis van Gods woord, de bijbel zijn? De bijbel laat er geen twijfel over bestaan, hij raad aan om steeds uw verstand te gebruiken, ook in de spirituele dingen. God heeft ons de kracht van de kennis gegeven door ons met verstand en rede te bekleden. Daartoe had de Schepper zijn reden.

 

Spreuken 16:22  Het verstand is voor zijn bezitters een bron van leven, maar de straf voor de dwazen is hun eigen dwaasheid.

 

Psalm 94:10-15  Zou Hij, die de volken onderwijst, niet straffen, Hij, die de mens kennis leert? De Here kent de gedachten der mensen: ijdelheid zijn zij. Welzalig de man die Gij kastijdt, Here, die Gij onderwijst uit uw wet,  om hem rust te verlenen van de dagen des onheils, terwijl voor de goddeloze de kuil gegraven wordt. Want de Here zal zijn volk niet verstoten, en zijn erfdeel niet verlaten; want de rechtspraak zal weer rechtvaardig worden, alle oprechten van hart zullen zich daarbij aansluiten.

 

Ondanks het feit dat kennis blijkbaar Goddelijk is, is voor heel wat mensen “kennis” te banaal om dit nog als een openbaring van God te zien. Onder de invloed van de evangelische revivals van de jaren 70 werden Christelijke bijeenkomsten meer een emotionele happening dan een onderwijzen in de wegen van God zoals Jezus dit deed in de synagoge, toen Hij hier nog op aarde rondwandelde.

 

1 Corinthe 2:14  Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.

 

Zoals verstand veelvuldig tegenover dwaasheid wordt geplaatst in de bijbel, plaatst bovenstaand vers dwaasheid tegenover de Geest van God. De bijbel stelt dus duidelijk dat het God is die kennis geeft zodat door gebruik te maken van het verstand, kennis tot een bron van leven zou zijn. Deze kennis wordt ook duidelijk gekoppeld aan het onderricht in de wet.

 

Hosea 4:6  Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten.

 

Hosea gaat wat de psalmist schreef opnieuw gaan bevestigen, maar nu in negatieve zin. Kennis is leven stelt de psalmdichter. Hosea verklaart duidelijk: gebrek aan kennis is ten gronde gaan. En men gaat ten gronde omdat “gij de wet van God vergeten hebt”. Christenen zijn echter snel geneigd deze passage exclusief te maken voor de Joden en niet voor de Christen onder het nieuwe verbond. Men dient echter wel te bedenken dat in de tijdsas van het verlossingsplan, tijdens de periode van Hosea, Gods volk aan de vooravond van de eerste komst van de Messias stond. Zijn volk wordt reeds duidelijk voorbereidt op deze komst en op het nieuwe verbond. Hosea zegt het volgende in naam des Heren:

 

Hosea 6:6  Want in liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer, in kennis van God en niet in brandoffers.

 

De kennis wordt hier dus duidelijk geplaatst naast de liefde, omdat Hosea 4:6 kennis en wet koppelt, wordt de wet dan ook op het niveau van de liefde geplaatst. Deze beide worden duidelijk geplaatst tegenover de gebruiken uit het oude verbond namelijk de brandoffers en slachtoffers. Gods volk faalde echter jammerlijk in het doorgeven van kennis, getuige daarvan volgende bijbelse passage:

 

Maleachi 2:7,8  Want de lippen van de priester bewaren kennis en uit zijn mond zoekt men onderricht in de wet, want een bode van de Here der heerscharen is hij. Gij evenwel zijt van de weg afgeweken; gij hebt door het onderricht in de wet velen doen struikelen; gij hebt het verbond met Levi verdorven, zegt de Here der heerscharen.

 

De wet was geen wet van vrijheid en bevrijding meer, het werd een keurslijf tot ondergang van velen. Dit was Gods bedoeling nooit geweest (Cfr. de bergrede). Gods getuigen hadden God in zijn grootsheid moeten vrezen maar in plaats van God te vrezen wilden zij macht en zelf gevreesd worden door anderen.

 

Toen God zich openbaarde op de Sinaï met donderslagen en aardbevingen was het om zijn volk te laten beseffen hoe groots Hij, God, wel was, en ook dat Zijn wet, Zijn uitgedrukte karakter is. Maar net zoals toen, wordt ook nu de berisping der zonde en de tucht niet meer aanvaard noch gewaardeerd. Daarom werd de wet en de onderwijzing niet aanvaard door hun onbekeerde harten zodat uiteindelijk ook God werd verlaten en niet meer gevreesd.

 

Zowel toen als nu vreest Gods volk God niet meer omdat ze de kennis van Zijn wet verzaken. Door het gebrek aan kennis van de wet is de zonde toegenomen en zal automatisch de vreze des Heren afnemen omdat mensen zich niet meer bewust zijn van hun zondige toestand. Dit zal voor velen het offer van de Here minder groot doen schijnen zodat het offer van Jezus gedegradeerd zal worden tot een liefdevolle sentimentele daad van een goeroe die ooit ergens in het Midden Oosten leefde en die ons ertoe zou moeten aanzetten lief te zijn voor elkaar. Van hergeboren worden of nalaten van de zonde is er geen sprake meer. Iedereen wordt zijn eigen maatstaf en bepaald zelf wat zondig is of niet. Kennis van de wet of vreze des Heren is er niet meer.

 

Spreuken 1:7  De vreze des Heren is het begin der kennis; de dwazen verachten wijsheid en tucht.

 

Spreuken 1:22  Hoelang zult gij, onverstandigen, het onverstand liefhebben, zullen spotters aan spotternij een welgevallen hebben, en dwazen de kennis haten?

 

Een volk die liefde degradeerde tot een sentimenteel gevoel zonder inhoud, vluchtig als mist voor de opkomende zon, kan niet meer hergeboren worden door het offer van Jezus. Paradoxaal genoeg zal dan ook datgene wat ze nastreven, namelijk de liefde, ook verloren gaan. Door het gebrek aan kennis van de wet is de zonde toegenomen omdat het de wet is die de zonde doet kennen. Omdat de mensen de zonde niet meer kennen zal automatisch dan ook de liefde bekoelen. Jezus voorspelt dit zelfs in de rede der laatste dingen:

 

Mattheüs 24:11-12  En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.

 

Maar God doet in iedere tijd mensen rechtstaan die naar zijn woord spreken en Zijn kennis doorgeven.

 

Jeremia 3:15  en Ik zal u herders naar mijn hart geven, die u zullen weiden met kennis en verstand.

 

In tegenstelling tot de theologen, schriftgeleerden, predikanten of Christenen die geen welgevallen hebben aan Gods wet en liefde:

 

Lucas 11:52  Wee u, wetgeleerden, want gij hebt de sleutel der kennis weggenomen; zelf zijt gij niet binnengegaan en hen, die trachtten binnen te gaan, hebt gij tegengehouden.

 

 

Romeinen  2:17-23 Indien gij u dan Jood laat noemen, steunt op de wet, u beroemt op God,  zijn wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, daar gij onderricht in de wet geniet,  en u overtuigd houdt, dat gij een leidsman van blinden zijt, een licht voor hen, die in duisternis zijn, een opvoeder van onverstandigen en een leermeester van onmondigen, daar gij in de wet de belichaming der kennis en der waarheid bezit,  hoe nu, gij, die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij, die predikt, dat men niet stelen mag, steelt gij?  Die overspel verbiedt, doet gij overspel? Die gruwt van de afgoden, pleegt gij tempelroof? Die u op de wet beroemt, onteert gij God door uw overtreden van de wet?

 

In de laatste passage wordt nogmaals duidelijk gesteld hoe de Joden de taak hadden te onderrichten maar dit niet deden. Ook wij, onder het nieuwe verbond hebben een taak om kennis door te geven en te onderrichten, kennis van de wet en vreze des Heren.

 

Openbaring 14:6,7 En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie; en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.

 

Het is belangrijk ook de kennis niet te overschatten en daartoe beschrijft de apostel Petrus op een mooie manier de relatie van de kennis tot het geheel van de Christelijke ontwikkeling. Het is belangrijk te beseffen dat zonder de kennis, de volgende  stadia niet bereikt kunnen worden.

 

II Petrus1: 1-7 Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen, die een even kostbaar geloof als wij hebben verkregen door de gerechtigheid van onze God en Heiland, Jezus Christus: genade en vrede worde u vermenigvuldigd door de kennis van God en van Jezus onze Here. Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht; door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst. Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde jegens allen.

 

Alles begint met geloof en gaat via de kennis naar de liefde. Maar zonder kennis kan er geen liefde zijn. Wat je niet kent, kan je niet liefhebben. En deze grote wijsheid van kennis en liefde wordt geopenbaard door de prediking van het gesproken of zoals in dit geval het geschreven woord. Daarom dit antwoord op de vraag gesteld in het begin van dit onderwerp: hoe openbaart God zich? Hoe weet je of de sabbat uit de 10 woorden Gods nu moet gevolgd worden of niet?

 

Jeremia 3:15  en Ik zal u herders naar mijn hart geven, die u zullen weiden met kennis en verstand

 

I Corinthe 1:19-24  Want er staat geschreven: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen. Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd? Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt? Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen die geloven. Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods.

 

Beste Christelijke lezer, het heeft God behaagd u geen engelen te sturen, noch wonderlijke tekenen te geven om u deze sabbatswaarheid te verkondigen neen, het gebeurt door “de dwaasheid der prediking” van het geschreven woord, daarom is dit schrijven een dwaasheid! Maar wat dwaas is bij de mensen is wijs bij God.

 

 

7.2 De Messias, het addertje onder het gras ….

 

In punt 2 werd aangetoond hoe de Joden bij de eerste komst van de Jezus zijn missie volledig verkeerd hadden begrepen en voorgesteld. De Joden verwachten een sterke Messias die het juk van de Romeinse overheersing zou breken en het koningschap zou opnemen. In plaats daarvan kregen ze een ziekelijke en nederige dienaar van Nazareth. Hun nationale trots was gekrenkt wat leidde tot de dood van Jezus.

 

Toen Jezus opvaarde naar de Vader zond Hij twee boodschappers, twee engelen met de belofte, Jezus keert weer.  “En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.” (Handelingen 1: 10, 11)

 

Jezus keert terug, de vraag is nu hoe, wanneer en waarom? Het antwoord op deze vragen is simpel. Wanneer Jezus terugkomt, dan zal het in glorie zijn. Gans het universum zal wankelen bij de majesteit Gods:  “En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt.” (Openbaring 6:14) Het zal heel duidelijk zijn wanneer de Heer der heren en Koning der koningen terugkomt. “ Zoals een zwangere die in barensnood raakt, ineenkrimpt en onder haar weeën schreeuwt, zo waren wij voor uw aangezicht, Here. Wij waren zwanger, wij krompen ineen; maar het was, als baarden wij wind; wij brachten het land geen verlossing aan en wereldbewoners werden niet geboren. Herleven zullen uw doden (ook mijn lijk), opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt, gij, die woont in het stof! Want uw dauw is een dauw van licht; en de aarde zal aan de schimmen het leven hergeven. Kom, mijn volk, ga in uw binnenkamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u een korte tijd, tot de gramschap over is.Want zie, de Here verlaat zijn plaats om de ongerechtigheid der bewoners van de aarde aan hen te bezoeken; dan zal de aarde het op haar vergoten bloed aan het licht brengen en haar verslagenen niet langer bedekken.” (Jesaja 26: 17-21) Doden zullen rechtstaan wanneer Jezus “zijn plaats verlaat” om de ongerechtigheid in rekening te brengen. Jezus komt dus met het oordeel om te oordelen wie leeft in eeuwigheid en wie Zijn bloed niet waardig geacht hebben.

 

Gods geduld zal dan op zijn. “ En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?” (Openbaring 6:14-17)

 

“en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.”( Openbaring 14:7) “En ik hoorde de engel der wateren zeggen: Rechtvaardig zijt Gij, die zijt en die waart, Gij Heilige, dat Gij dit oordeel hebt geveld.” (Openbaring 16:5)

 

De Joden verwachten een sterke oordelende Messias die de “heidenen”, in hun ogen de overheersende Romeinen, zou verdelgen. Tal van profetieën vertelden hun dat, maar ze vergaten dat er eerst andere profetieën moesten vervuld worden. In plaats van een Koning kregen ze een Lam ter slachting die in liefde en nederigheid kwam om het verlorene te redden. Vandaag verwachten veel Christenen het liefdevolle Lam die komt om te redden. Maar in plaats daarvan komt de Koning om te oordelen, loon naar werken. “En haar kinderen zal Ik de dood doen sterven en alle gemeenten zullen inzien, dat Ik het ben, die nieren en harten doorzoek; en Ik zal u vergelden , een ieder naar uw werken.” (Openbaring 2:23 ) Met kerstmis vieren de Christenen de geboorte van het kindje Jezus, maar de kribbe is leeg, de Messias heeft zijn verzoeningwerk volbracht. De tijd is nabij dat Hij terugkeert.

 

Waakt te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen. (Lucas 21:36) Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt. (Mattheüs 24:42) en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft. (Openbaring 14:7)

 

En de basis van het oordeel is de wet en dat is rechtvaardig want iedereen die Christus wil volgen kan ze lezen en begrijpen. “Want wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden. Want Hij, die gezegd heeft: gij zult niet echtbreken, heeft ook gezegd: gij zult niet doodslaan. Indien gij nu geen echtbreuk pleegt, maar wel doodslag, zijt gij toch een overtreder van de wet geworden. Spreekt zo en handelt zo als mensen past, die door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden.” (Jakobus 2: 10-12)

 

 

7.3 Samenhang tussen de wetten

 

Het hiernavolgende schema zal op zeer rudimentaire manier proberen de samenhang aan te tonen tussen de verschillende wetten. De volledige uitwerking is te lang om toe te voegen aan deze studie die in wezen op de sabbat gefocusseerd is. In wezen komt de redenering op het volgende neer. Omdat God alle wetten heeft gemaakt zijn alle wetten even onveranderlijk.

 

 

Alhoewel de responstijd anders is, blijven de fundamentele eigenschappen van alle wetten gelijk. Als basis is er een causale relatie. Er is met andere woorden een oorzakelijk verband. Iedere actie heeft een reactie tot gevolg. Dit betekent dat bij het niet naleven of overtreden ervan er een reactie zal komen zonder dat daaruit voortvloeit dat het God is die straft.

 

Volgend voorbeeld zal dit wellicht duidelijker maken. Wanneer je uw hand in het vuur houdt dan wordt het verbrand. Actie: hand in het vuur. Reactie: verbranding van uw hand. De responstijd is zeer kort, namelijk ogenblikkelijk. Wanneer u rookt is er kans op kanker. De responstijd tussen de chemie van de nicotine en het bloed is ook ogenblikkelijk, maar de kans dat de reactie ver genoeg uitloopt dat dit tot kanker leidt valt nog af te wachten. In beide gevallen is er een overtreding van de natuurwetten. In beide gevallen is het de natuurwet die stelt dat onze moleculaire structuur niet compatibel is in het ene geval met de hitte en in het andere geval met de verbrandingsgassen van de sigaret. Er is niets aan te veranderen aan deze natuurwet; deze is fundamenteel.

 

Bij de tweede groep van wetten is de samenhang of hun causaal verband reeds moeilijker in te schatten. Wanneer ik dag na dag iemand pest, dan zal dit bij sommigen een directe reactie veroorzaken, maar bij andere individuen kan dit jaren duren. Zo wordt niet alleen de reactiesnelheid, maar ook de reactie zelf, individueel bepaald. Nochtans kunnen er basisregels opgesteld worden, denk maar aan de psychologie. De vraag luidt nu, wat gebeurt er als een maatschappij collectief 1 of meerdere van de zes menselijke geboden overtreedt? Dit zal ontegensprekelijk een impact op de desbetreffende maatschappij hebben, maar wanneer  en hoe dit zich zal uiten hangt van de maatschappij zelf af. Hiervoor waarschuwt de bijbel wanneer hij stelt dat:

 

Spreuken 14:12  Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood

 

Zo moeilijk de tweede groep van, wetten is, wel nog moeilijker wordt het wanneer de eerste 4 geboden van God overtreden worden. Het overtreden van deze wetten hypothekeert de relatie van schepsel tot zijn schepper. De responstijd is zeer lang en wanneer God uiteindelijk optreedt dan is de reactie navenant. Het grootste probleem ligt bij het feit dat het overtreden niet alleen een opstand tegen God is, maar dat het ook een sluipend vergif is. Dit is omwille van het feit dat wanneer één van de bovenliggende wetten wordt overtreden, de onderliggende automatische volgen. Ook dit is een fundamentele wet.

 

Jacobus 2: 9-10 Want wie de gehele wet houdt, maar op een punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden.

 

Bij voorbeeld, indien je de sabbat niet meer viert, dan erken je in wezen God niet meer als schepper omdat de sabbat het enigste gebod is die God als schepper centraal stelt. Je mag dan wel verkondigen dat je in God als schepper gelooft, als dit niet met de daad gepaard gaat is het in wezen levenloos of krachteloos.

 

Jakobus 2:18-20  Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt geloof en ik heb werken. Toon mij dan uw geloof zonder de werken, en ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken. Gij gelooft, dat God een is? Daaraan doet gij wel, maar dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen. Wilt gij weten, gij dwaze mens, dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt?

 

Wanneer je nu God als Schepper verlaat zullen een aantal wetten betekenisloos worden. Zo kan je nog maar moeilijk uw lichaam als de tempel van de Geest zien. Daardoor heb je geen problemen om uw lichaam nodeloos te belasten of zelfs aan te tasten. En langzaam maar zeker gaan alle fundamentele wetten onderuit doordat je zelf als mens bepaald wat kan en wat niet kan. Bij de natuurwetten wordt je snel afgestraft wanneer je deze overtreedt, maar bij de andere wetten is dat niet zo. Op deze manier kan het verval zich langzaam meer heel zeker en uiterst destructief verspreiden doorheen een maatschappij. De hiernavolgende tabel geeft een overzicht.

Tekstvak:

 

7.4 De wetten van Mozes versus de wetten van God.

 

Omwille van het feit dat alle wetten met elkaar verbonden zijn door dezelfde God, kunnen wetten eigenlijk nooit afgeschaft worden. Ze kunnen wel een andere betekenis of invulling krijgen maar principieel veranderen ze niet en worden ze dus ook niet afgeschaft.  Zo leert de bijbel nergens dat Gods wetten (thora) of Gods wet afgeschaft is. Het is echter wel zo dat een wet opgetild kan worden naar een hoger niveau. Het is dan precies alsof de eerste invulling van de wet een schaduw van de werkelijkheid was. Een schaduw schaft echter niets af. Dit betekent dat wanneer we van de schaduw opkijken naar het eigenlijke voorwerp, dan zal dit opkijken niet tot gevolg hebben dat de vorm van het voorwerp verandert. “Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.” (Kolossenzen 2: 16,17)

 

Het is niet aan ons, anderen te oordelen naar hun gedrag in verband met Gods wetten. Maar we hebben wel een heilige taak als we de naam Christen waardig willen zijn. Wanneer mensen leringen verkondigen die niet door de bijbel ondersteund worden en deze toch Christelijk noemen, dan is het onze taak deze te herroepen zoals Jezus dat ook deed. Jezus sprak altijd met een duidelijk “Er staat geschreven” wanneer mensen vragen stelden of confrontaties wilden uitlokken.  Hij deed dit ook met Satan in de woestijn. Dit zou voor ons een duidelijke les moeten zijn dat ook wij door de genade van Jezus, het kwade kunnen weren uit ons leven. Dat is de essentie van de bekering. Een bekering keert ons om van het kwade naar het goede. Hierbij is de wet onze maatstaf van datgene dat we moeten doen of nalaten te doen.

 

Jezus steunde duidelijk op de toenmalige schriften, wat nu ons oude testament in de bijbel is.   “En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.“ (Lucas 24: 25-27) “ Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen, “( Johannes 5:39)

 

Ik wil hiervoor voorgaand voorbeeld opnieuw aanhalen. Wanneer ik mijn hand in het vuur stop, dan verbrand ik mij. Dit is een fundamentele wet. Ik kan nu echter gebruik gaan maken van een tweede fundamentele wet dat bepaalde stoffen mij kunnen beschermen tegen dat vuur. Wanneer ik dus een vuurvaste handschoen aandoe, dan kan ik mijn hand wel in het vuur houden. Hierbij stopt de eerste wet niet, maar door gebruik te maken van een andere wet kan ik mij beschermen en dingen doen die eerst schijnbaar onmogelijk waren. Zo is het met alle wetten. Er is een fundamentele wet die stelt dat:

 

Hebreen 9:22  En nagenoeg alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving.

Leviticus 17:11  Want de ziel van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel.

 

Als schaduw in het oude verbond, werd deze wet uitgevoerd met dieren, in het nieuwe verbond met het bloed van de heiland. M.a.w om vergiffenis van zonde te verkrijgen is er een “slachtoffer” nodig die het loon der zonde ontvangt namelijk de dood. Deze wet is steeds rechtsgeldig gebleven sedert de grondlegging der wereld. Alleen werd ze op een andere manier ingevuld. Dit geldig voor de ganse Mozaïsche wet.

 

Hebreeën 10:8-10  In de aanhef zegt Hij: Slachtoffers en offergaven, brandoffers en zondoffers, hebt Gij niet gewild, noch daarin een welbehagen gehad, hoewel zij naar de wet gebracht worden. Doch daarna heeft Hij gezegd: Zie, hier ben Ik om uw wil te doen. Hij heft het eerste op, om het tweede te laten gelden. Krachtens die wil zijn wij eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

 

Al is er geen dier meer nodig, nog steeds is er bloed nodig van een “vlekkeloos Lam”. De Mozaïsche wet wordt bijgevolg niet afgeschaft maar opgetild van schaduw naar werkelijkheid, Jezus “heft” de wet naar een hogere werkelijkheid “op”. Type en anti-type ontmoeten elkaar, schaduw en beeld, belofte en vervulling. Dit geldt voor de ganse wet. Een aantal voorbeelden zullen dit nog uitdrukkelijker illustreren.

 

De besnijdenis:

 

Door de voorhuid van de penis weg te nemen neemt de gevoeligheid toe. God wilde opnieuw een fundamentele les leren. Moeten wij nu nog besneden worden? Het antwoord is JA, maar niet meer het geslachtsorgaan:

 

Deuteronomium 30:6  En de Here, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, zodat gij de Here, uw God, liefhebt met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft.

Jeremia 4:4  besnijdt u voor de Here en doet weg de voorhuid van uw hart, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem, opdat mijn gramschap niet uitsla als een vuur en onuitblusbaar brande om de boosheid uwer handelingen.

Romeinen 2:29  de ware besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God.

 

De akker met tweeërlei zaad of het tweevoudige kleed:

 

Leviticus 19:19  Mijn inzettingen zult gij bewaren, gij zult van uw vee niet twee verschillende soorten laten paren, uw akker zult gij niet met tweeërlei  zaad bezaaien, en een kleed, uit tweeërlei stof vervaardigd, zult gij niet dragen.

Deuteronomium 22:11  Gij zult u niet kleden met een kleed van tweeërlei stof, wol en linnen tezamen.

Openbaring 3:18  raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt.

 

Wij krijgen een kleed van God dat geweven is op één stof, een tweeërlei stof zou erop duiden dat verlossing door twee manieren kan verkregen worden, maar dat is niet zo. Dat doet niet af van het praktische dat wol en linnen slecht te combineren stoffen zijn de ene is koel en de andere is warm. Daarom is het praktisch gezien beter om één type stof te gebruiken. Maar in onze tijd van kunstvezels zou deze wet achterhaald zijn ware het niet dat er een hogere wet achtersteekt.

 

Lucas 8:11  Dit is de gelijkenis: Het zaad is het woord Gods. (…) Dat in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding.

Galaten 6:8  Want wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op de akker van  de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten.

1 Corinthe 3:9  Want Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.

 

Ook hier geldt de wetmatigheid, er is maar één soort zaad op een akker te zaaien zoals er maar één woord van God is. Uit het voorgaande leren we wat de akker kan zijn wanneer deze wordt “opgeheft (of opgeheven)” naar een hogere werkelijkheid. Het boeiende aan de bijbel is dat dit van een eerste naar tweede, maar evenzogoed naar een derde niveau kan opgetild worden. Zo kunnen akker en zaad van een letterlijke, naar een geestelijk individuele en uiteindelijk naar een universele betekenis gaan.

 

Mattheüs 13:38  de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Koninkrijk; (13-39a) het onkruid zijn de kinderen van de boze;

 

Het is onze taak de schatten, die God in zijn woord verborgen heeft, door de leiding van de heilige Geest te ontdekken. Op deze manier gaan we steeds diepere waarheden in het Woord vinden die ons steeds verder zullen dragen, dichter naar God toe. Het was immers Zijn wens zich door het geschreven woord aan ons te openbaren, schijnbaar een dwaasheid (zie punt 6.1).

 

Mattheüs 13:44  Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker.

 

Zoals de wetten als een organisch levend geheel met elkaar verbonden zijn, zo is het ook met het woord van God, de bijbel. Het is een levend woord met een kloppend hart, Jezus Christus, want zoals het hart het centrum van het lichaam is, zo is Christus ook het centrum van het verlossingsplan en het hart van Zijn lichaam hier op aarde. En het hart stuwt het bloed rond, bloed dat door de aderen van het woord stroom. En het bloed is de Geest. “En drie zijn er, die getuigen op de aarde: de Geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot een.” (1 Johannes 5:8) En het water is het symbool van de reinigende werking van de Geest.

 

De uiteindelijke vraag is dus niet of de wet van Mozes is afgeschaft, want bijbels kan men nergens aantonen dat de Thora of onderwijzing van God afgeschaft is, de vraag nu echter is: wat is de hogere werkelijkheid van Gods wetten, wat willen die wetten ons leren en welke implicaties heeft dit voor ons leven.

 

 

 

7.5 Het heiligdom

 

Als logisch vervolg en sluitstuk op voorgaand punt is het noodzakelijk nog even kort het heiligdom aan te raken. Het Heiligdom verreist een uitgebreide studie, maar omdat deze tekst over de sabbat handelt zullen we daarom genoegen nemen met korte invulling van het hierboven beschreven principe betreffende het heiligdom.  Laten we voorgaande punten nog eens op een rij zetten.

 

·        God openbaart zichzelf in de schriften

·        Jezus verklaart duidelijk dat gans het oude Testament Hem openbaart.

·        Jezus is bijgevolg ook de vervulling van de wetmatigheden uitgedrukt in  de Thora.

 

In de Thora wordt een groot stuk van de geschriften gewijd aan de tabernakel en de heiligdomsdienst. Met uitermate nauwkeurigheid wordt een veelvoud aan tempel ritussen en gebruiken omschreven. Waarom neemt God zoveel moeite om dat aan Mozes te tonen en het hem te laten neerschrijven? Wat wilde God aan de mensen leren.

 

Exodus 25: 8, 9  En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn gerei.

 

Het zou absurd zijn dat God een model zou maken om het aan Mozes te tonen zodat Mozes er op zijn beurt een tweede model van zou maken. Mozes zag dus een werkelijkheid, een tempel in de hemel waarvan er een afbeelding op aarde moest komen. Johannes bevestigt dit,  want ook hij heeft de tempel in de hemel gezien. “En daarna zag ik, en de tempel van de tent der getuigenis in de hemel ging open;” (Openbaring 5:5) De tempel blijkt dus een realiteit te zijn en opnieuw kunnen we dezelfde systematiek terugvinden zoals in het voorgaande punt met de akker. Letterlijk, individueel, universeel. De tempel is echter meer, veel meer en heeft dus nog andere openbaringen in petto…

 

Letterlijk: een tabernakel of tempel op deze wereld, gebouwd door de Jood. Momenteel is dit niet meer aanwezig op deze wereld. De laatste tempel werd vernietigd door de Romeinen in 73 na Christus.

 

Individueel: Ieder mens is een tempel, die wanneer hij zich aan God overgeeft een heilige plaats wordt. “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!” (1 Corinthe 3:16)

 

Universeel: We zijn niet alleen individuele tempels (ons lichaam), maar alle gelovigen samen zijn Gods tempel op deze aarde.  “ Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.” (Efeze 2:19 – 22)

 

Transcendent of het menselijke overstijgend: De echte tempel in de hemel die zowel Johannes als Mozes gezien hebben en waarin God gemeenschap heeft met Hemelse wezens. Openbaring 14:17  En een andere engel kwam uit de tempel, die in de hemel is, …

 

Openbaring 15: 5-8, 16: 1 En daarna zag ik, en de tempel van de tent der getuigenis in de hemel ging open; en de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, bekleed met rein en blinkend linnen en de borst omgord met een gouden gordel.  En een van de vier dieren gaf aan de zeven engelen zeven gouden schalen, vol van de gramschap van God, die leeft tot in alle eeuwigheden. En de tempel werd vervuld met rook vanwege de heerlijkheid Gods en vanwege zijn kracht; en niemand kon de tempel binnengaan, voordat de zeven plagen der zeven engelen voleindigd waren. En ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tot de zeven engelen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de gramschap Gods uit op de aarde.

 

Niemand zal de hemelse tempel binnen kunnen gaan voor er bepaalde zaken geschiedt zullen zijn en deze staan nog te gebeuren in de toekomst. De tempel bevat dus ook een profetische tijdsdimensie gezien er in het boek openbaring een duidelijke toekomstprofetie wordt geopenbaard. Dat is niet zo verwonderlijk omdat de aardse tabernakel ook een duidelijke tijdsdimensie had. Gans het jaar door werden er feesten gehouden, lentefeesten, en herfstfeesten. De Lentefeesten vonden hun climax in het Pesach wat een voorafschaduwing was van het grote paasfeest, namelijk de komst en het offer van Jezus.  De herfstfeesten vinden hun climax in de grote verzoendag of Yom Kippoer. Dit is een profetie die wijst naar de tweede komst van Jezus naar deze aarde. M.a.w. een groot deel van de tempelprofetie staat nog te gebeuren. Dit heeft ook tot gevolg dat zonder een goed begrip van de tempeldienst, het verlossingsplan, in zijn volheid, niet begrepen kan worden. Ook het bestuderen van het boek openbaring is maar zinvol in het licht van, en met de kennis van, de tabernakeldienst en zijn feesten. Het is daarom logisch dat veel Christenen zullen verrast worden door de “dag des Heren” of de wederkomst van Christus net zoals de Joden ook voor de eerste komst van hun Messias niet echt voorbereidt waren. We moeten de Joden dus geen steen werpen want vele Christenen zijn in hetzelfde bedje ziek.

 

I Tessalonicenzen 5:1-6 Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zo komt, als een dief in de nacht. Terwijl zij zeggen: het is alles vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen. Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou:  want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn.

 

Iemand die nuchter en wakker is zal dus NIET door deze dag van oordeel overvallen worden. Wat meer is, wij kunnen deel zijn van deze tempel in de hemel:

 

Openbaring 3:12  Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam.

 

En wat bevindt er zich in het heilige der heiligen op aarde: de ark en wat bevindt er zich in de hemelse tempel?

 

Openbaring 11:19  En de tempel Gods, die in de hemel is, ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen en aardbeving en zware hagel.

 

En zoals het Mozes getoond werd door God zelf, zo handelde hij. Mozes deed naar wat hij in het hemelse zag en legde de 10 woorden, die God zelf had neergeschreven, in de ark. Zoals deze in de hemelse ark liggen zo lagen de 10 woorden of 10 geboden met het sabbatsgebod, in de ark, in het schaduwbeeld hier op deze aarde.

 

Deuteronomium 10:1-5 Toen zeide de Here tot mij: Houw u twee stenen tafelen gelijk de eerste, klim tot Mij op de berg, en maak u een houten ark; dan zal Ik op de tafelen de woorden schrijven, die stonden op de eerste tafelen, welke gij verbrijzeld hebt, en gij zult ze in de ark leggen. En ik maakte een ark van acaciahout en hieuw twee stenen tafelen gelijk de eerste; toen beklom ik de berg met de twee tafelen in mijn hand. En Hij schreef op de tafelen met hetzelfde schrift als de eerste maal, de Tien Woorden, die de Here op de berg tot u gesproken had uit het midden van het vuur op de dag der samenkomst; en de Here gaf ze mij. Toen keerde ik mij om en daalde de berg af, en ik legde de tafelen in de ark, die ik gemaakt had; en zij bleven daar, zoals de Here mij geboden had.

 

Wat God geschreven heeft, dat heeft Hij geschreven. Net zo min als God een streep op de stenen tafelen, door het sabbatsgebod zou getrokken hebben hier op aarde, zo ook kan Hij niet zomaar voor gans het universum Zijn ark in de hemelse tempel openen en daar welk gebod dan ook doorstrepen.

 

Het is Gods bedoeling de zonde volledig uit delgen, NIET door de maatstaf der zonde (de wet) weg te nemen of te veranderen, maar wel door deze wet in het hart (het heilige der heilige van de tempel) van de mens te leggen zodat deze ten allen tijde aan de wet zal kunnen voldoen en bijgevolg niet meer zal zondigen. Dan zal God echt een volk op deze aarde hebben die niet alleen kunnen getuigen van hun God maar die pas dan klaar zullen zijn om de hemelse gewesten binnen te trekken en gemeenschap te hebben met de hemelse wezen om samen Gods naam te eren, loven en prijzen. De keuze is aan ons, willen we Gods wet in ons binnenste?

 

Psalm 40: 8  Ik heb lust om uw wil te doen, mijn God, uw wet is in mijn binnenste.

 

Jeremia 31: 31-40  Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des Heren. Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. (…) Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat de stad voor de Here opgebouwd wordt, (…)die zal de Here heilig zijn; er zal niet weer vernield en verwoest worden in eeuwigheid.

 

Deze eeuwige stad is er nog niet! Het oude Jeruzalem werd vernietigd, de tempel is niet meer. Maar wij verwachten een nieuwe stad, met hoop en vreugde in ons hart. Nooit zal er nog een model of schaduwbeeld zijn want Gods eigen stad zal hier op deze aarde gevestigd worden en zal er bestendig zijn tot in alle eeuwigheden.

 

Openbaring 21: 1-6 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig. En Hij sprak tot mij: Zij zijn geschied. Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal de dorstige geven uit de bron van het water des levens, om niet.

 

 

 

 

Hij, die deze dingen getuigt, zegt:

Ja, Ik kom spoedig.

Amen, kom, Here Jezus!

De genade van de Here Jezus zij met allen.

 

 

(Openbaring 22: 20)

 

 

 

Home