Eeuwigdurend
„Op
de eerste dag der week legge een iegelijk van u iets
bij zichzelven weg…”
Het blijkt dat God in Zijn Woord veel meer
gewicht hecht aan dit voorschrift met betrekking tot de sabbat dan aan elk
ander voorschrift van de ceremoniële wet. Het is een van de tien geboden die
met hoorbare stem door God zijn afgekondigd. Het gebod is met Zijn eigen
vinger op de berg op stenen tafelen geschreven.
Over de onderhouding van de wekelijkse sabbat wordt gesproken door
de profeten, die duidelijk maken dat daarin een groot deel van de heiligheid
van het leven bestaat. Het wordt ook genoemd als een plicht die God zeer
aangenaam is en de man wordt gelukzalig genoemd die de sabbat houdt, zodat
hij niet ontheiligd wordt. Zelfs in de zin waarin gezegd wordt dat de
vreemdelingen verplicht zijn de sabbat te houden. God hecht er zeer aan dat die
dag gehouden wordt.
Over de eeuwigdurendheid van de sabbat zien we in Matthéüs 24:20:
„...bidt dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat.”
Christus spreekt hier over de vlucht van de apostelen en andere christenen uit
Jeruzalem en Judea tijdens de verwoesting van Jeruzalem.
Jonathan Edwards (”De eeuwigdurendheid van de sabbat”, 1771)
Bron: http://www.refdag.nl/artikel/1281877/Eeuwigdurend.html Reformatorisch Dagblad