Als de zondag niet de Bijbelse zevende dag is, waarom houdt de christelijke kerk dan de zondagsrust?

1) De Joodse natie
2) Het Romeinse keizerrijk
3) De vroege christelijke kerk

 

 

Vooreerst moet men hier reeds nuanceren, niet elke christelijke kerk heeft het over de zondagsrust. Doorheen de geschiedenis zijn er steeds christenen geweest die de Bijbelse zevende dag, de Sabbatdag, vierden. Ook nu nog bestaan er nog christelijke kerken die deze Sabbatdag houden, o.a. de Zevende Dags Baptisten en de Zevende Dags Adventisten.

 

Toch kan men stellen dat de christelijke kerk in het algemeen de zondag als rustdag kent en dus afgestapt is van de Bijbelse rustdag, nl. de Sabbatdag. Om te begrijpen wat de christelijke kerk ertoe geleid heeft om de zondag als rustdag te nemen moet men terug gaan tot het ontstaan van de christelijke kerk. Elke studie m.b.t. het ontstaan van de christelijke kerk zal op één of andere manieren wijzen op een samengaan van drie zeer explosieve elementen, nl. de Joodse natie, het Romeinse keizerrijk en de vroeg christelijke kerk.

 

1) De Joodse natie

Laten we beginnen met de Joodse natie. De geschiedenis van deze uitverkoren natie is eigenlijk een opeenvolging van grote vreugde en diepe droefenis. Uitverkoren door God kwam Israël in het beloofde land van waar het licht der waarheid over de hele wereld zich zou kunnen verspreiden. We zien echter over de eeuwen heen dat Israël in deze hoge roeping faalde. Het slingerde van totale afgoderij tot dode formalisme waarbij de letter van de wet elke geestelijk groei in de kiem smoorde. God zond profeten, de ene na de andere, die uit volle overtuiging het volk opriep om terug naar God te komen. Maar uiteindelijk verwierp het volk elke oproep. Uiteindelijk zond God ook de beloofde Messias, Zijn Eniggeboren Zoon. Maar ook Hem verwierpen zij, net zoals zij gedaan hebben met de profeten. Toen God gehoor gaf naar hun wens om los te staan van Zijn leiding, werd het vruchtbare land dat zij als erfenis gekregen hadden het strijdtoneel van vele vreemde legers.

 

2) Het Romeinse keizerrijk

In de eerste eeuw na Christus leefde het Joodse volk onder het machtige Romeinse keizerrijk. De Romeinen hadden echter, algemeen gezien, respect en ontzag voor het Joodse volk en hun unieke nationale godsdienst. In feite had de joodse godsdienst de status van een “Religio Lecita”, m.a.w. een toegelaten godsdienst. Het kon dus vrij tot uiting komen binnen het hele Romeinse rijk. Maar er kwam vrij vlug een vlieg in de boter. Het Joodse nationalisme kon de overheersing door Romeinse ambtenaren en legers niet langer verkroppen. Wie kan het hen eigenlijk kwalijk nemen? Ook wij zouden een vreemde overheersing niet aanvaarden. Toen Christus leefde was het eigenlijk vrij rustig op politiek vlak, maar vanaf de late jaren 60 na Chr. barste er een hevige opstand tegen de Romeinse overheersing.

 

Romeinse strijder

 

Het machtige Romeinse keizerrijk kon dit uiteraard niet laten gebeuren en zond een machtig leger dat onder bevel van Titus optrok tegen Jeruzalem. De stad hield lang stand maar in 70 na Chr. slaagde Titus erin de weerstand te breken en veroverde de stad en verwoestte aldus de tempel. Dit was echter maar de eerste confrontatie. De Joodse weerspannigheid en opstand zou uiteindelijk nog 70 jaren duren. Men gaat ervan uit dat tussen het jaar 60 en het jaar 135 na Chr., waar Jeruzalem voor de tweede keer verwoest werd, ongeveer 2 miljoen Joden gedood werden. Toen kwam een jonge Joodse guerilla strijder naar voren. Deze militante en charismatische leider werd door velen als de ware Messias aanzien en dit mondde opnieuw uit in een algemene opstand tegen het Romeinse keizerrijk. Deze keer reageerde het keizerrijk op vernietigende wijze. De legioenen werden gestuurd met het “neem geen gevangenen”- bevel. Dio Cassius schreef dat na de verwoesting van Jeruzalem in 135 na Chr. geheel Judea in woestijn verandert was. Uitgewist, vernietigd, weg. Maar Rome wou niet enkel op militair vlak van het Joodse volk verlost worden. Keizer Adriaan (117 – 138 na Chr.) reageerde met drie decreten na deze bloedige onderdrukking:

- het werd voor elke Jood verboden, op straffe van dood, om één voet te zetten in de nieuwe romeinse stad dat gebouwd werd op de ruïnes van Jeruzalem.

- de joodse godsdienst werd buiten de wet gesteld. Voortaan gold de joodse godsdienst als een “Religio Illecita”.

- het houden van de Sabbat dag werd buiten de wet gesteld.

 

3) De vroege christelijke kerk

Hier hebben we reeds twee explosieve krachten die de eerste eeuw na Christus kenmerkten. Doch nu komt er nog een destabiliserende factor bij, nl. het opkomen van de vroeg christelijke kerk. Het christendom komt uit het joodse volk. De fantastische groei van de kerk in de eerste eeuw, zoals omschreven in het boek Handelingen, is eigenlijk de vrucht van de bekering van duizende joodse mannen en vrouwen die gehoor gaven aan Jezus van Nazareth als de Messias. Dit had echter tot gevolg dat de vroeg christelijke kerk voor het Romeinse keizerrijk niet te onderscheiden was van het joodse volk. Het waren allemaal godsdienstig, fanatieke zeloten. Uiteindelijk, de christenen kwamen samen op dezelfde dag als de Joden, de Bijbelse zevende dag. Zij kwamen ook samen op dezelfde plaatsen, de synagogen (tenzij de christenen er al uitgejaagd werden door de joden). Voor Rome was het één pot nat. Handelingen 18:1 en 2 is vrij duidelijk. Joden die zich bekeert hadden tot het christendom werden op dezelfde manier behandelt als de joden. Maar alhoewel Rome hen als hetzelfde beschouwde waren zij alles behalve één. De joodse natie bekeek de christelijke kerk als een organisatie die de natie zou vernietigen en de christelijke kerk beschouwde de joodse natie zonder Christus als een verloren zaak. Boek Handelingen staat vol met voorbeelden van botsingen tussen christenen en joden. Aanvankelijk toonde het keizerrijk geen interesse voor de christelijke sekte. Maar daar kwam verandering in toen Nero aan de macht kwam. Keizer Nero’s vrouw werd Joodse en Nero zelf werd welwillend t.o.v. het jodendom (toen was de joodse godsdienst nog een religio licita). Uiteraard duurde het niet lang vooraleer de christelijk kerk de druk voelde stijgen. Toen Nero een deel van de stad liet afbranden (62 na Chr.) had hij een perfect slachtoffer voor handen. De christenen! De woede van het volk was tomeloos en het bloed van de christenen vloeide als nooit tevoren. Men kan de angst van de christelijke kerk begrijpen toen het tij keerde voor het joodse volk. Het keizerrijk was blind van woede. In een heidense keizerrijk waar joden en christenen net hetzelfde zijn. Uiteindelijk, jullie vieren toch allebei de Sabbat, jullie moeten toch hetzelfde zijn daar jullie op dezelfde dag samen komen. De druk op de vroeg christelijke kerk nam altijd maar toe. De kerk werd als onderdeel beschouwd van het joodse volk en de joodse godsdienst is een religio illecita! De druk nam altijd maar toe. De joden waren opstandelingen, het was een rebels volk en wat met de christelijke kerk. Voor het volk waren ze allen één en hetzelfde. Het is duidelijk dat de druk op de vroegchristelijke kerk altijd maar toenam. Men moest zich losmaken van de joodse godsdienst. De vroeg christelijke kerk moest los staan van het “Religio illecita”. De druk werd uiteindelijk zo groot dat men vanaf de tweede eeuw na Christus de eerste christelijke geschriften terugvindt met duidelijke anti joodse teksten. Naarmate de druk groter werd om zich te onderscheiden van het joodse volk, zo ook werd de druk groter om zich te onderscheiden van de Sabbat. Dit ging zo ver dat een Justin Martyr (100 –164 na Chr.) de Sabbat omschreef als een strafteken van God. God strafte de joden omwille van hun ongeloof, en Hij deed dit door hen de Sabbat op te leggen. We zijn ver van de Sabbat als teken van de schepping!

 

Nu, wij moeten voorzichtig zijn. Deze wijziging kwam er niet in één keer. De christelijke kerk in Rome werd al vlug een grote en invloedrijke kerk binnen het christendom. Het is nu net deze kerk die een vasten uitriep op de Sabbat. Was het niet op een Sabbat dat Christus in het graf lag? Deze vasten begon eigenlijk reeds op vrijdag middag en duurde tot zondag 4 uur ’s morgens. Op zondag werd dan een feest gehouden ter nagedachtenis van de opgestane Christus. Het is toch op zondag dat de Zoon van God opgestaan is, dus waarom niet feesten op de zondag. Daarenboven is de zondag een feestdag voor alle heidense buren. Deze wijziging kwam er langzaamaan, maar uiteindelijk had dit voor gevolg dat vele christenen los kwamen van de Bijbelse Sabbatdag. Geschriften tonen aan dat tegen de tweede, derde eeuw na Christus de christelijke kerk de Sabbat verlaten had. De kerk had de druk der tijden niet kunnen weerstaan, de christelijke kerk is niet joods!

 

Blijft nu nog de vraag waarom zondag? De vroegchristelijke kerk had toch enig andere dag als cultus dag kunnen nemen. Hoe kwam men tot een zondagsviering. Het feit dat Christus op zondag uit de doden is opgestaan is al een deel van het antwoord. Maar de kerk had evengoed de donderdag, dag van het laatste avondmaal, als dag van cultus kunnen nemen. Waarom de zondag? Hiervoor moeten we terug gaan naam keizer Constantijn. We zijn nu in de vierde eeuw na Christus. Het keizerrijk is in gevaar. De christelijke sekte is, ondanks de hevige druk, uitgegroeid tot een wijdverspreide en invloedrijke organisatie. Het keizerrijk omvat nu twee grote groepen, de heidense en christelijke romeinen. Hoe kunnen zij nu samen in vrede leven? In 321 na Chr. doet keizer Constantijn een meesterzet. De keizer vaardigt het edict uit dat voortaan de zondag een rustdag is over het hele keizerrijk. Niet een godsdienstige rustdag, maar een dag waar alle inwoners van het keizerrijk het werk konden neerleggen. Een dag om eenheid en vrede te bewerkstelligen in het keizerrijk. Een ware meesterzet, heidenen en christenen voortaan samen in één keizerrijk. Dit miste zijn uitwerking niet binnen de christelijke kerk. In de vierde eeuw na Chr. werd overal in de christelijke kerk de zondag als cultus dag verdedigd. Op zondag is het licht der gerechtigheid opgestaan, op zondag (feest van het licht) zal men samen komen. Op deze wijze, en met goede bedoelingen werd de zondag als cultusdag ingesteld in de christelijke kerk.

 

Het is duidelijk dat de wijziging van Sabbat naar zondag gebeurde met de allerbeste bedoelingen. Niemand zou het martelen zomaar laten gebeuren. Maar is het juist om de Bijbelse Sabbat, de Sabbat van de Here te verlaten onder de druk ter tijden?

 

Ook nu blijft deze vraag actueel.

 

 

 

 

Home